REISVERSLAGEN
Reisverslag
Ebro Delta en Aragon,
25
februari – 4 maart 2006
Door:
Tom Loorij
Deelnemers:
(in alfabetische volgorde van voornamen): Loes, Regien, Rian,
Sietske en Tom.
Reisleider:
Kees Woutersen.
25
februari
De
vliegreis naar Barcelona verliep voorspoedig. Het is altijd
een aardig spel om te gokken wie onze mede-reizigers zijn.
Drie dames met iets waar een telescoop in kan zitten? Maar
op het vliegveld bleek al snel dat het er geen drie geweest
zijn, maar slechts één, Regien. Rian en Sietske waren al voor
dag en dauw gegaan en hadden er al met Kees een halve dag
vogelen in de omgeving erop zitten. Het overgrote deel van
de vogellijst van de eerste dag komt dan ook van hun waarnemingen.
Maar bijna alle soorten zou de rest van het gezelschap later
in de week ook te zien krijgen. Alleen de Kuhl's Pijlstormvogel,
Lepelaar, Reuzenstern en Groene Specht waren alleen aan hen
voorbehouden.
Onderweg
naar de Ebrodelta maken wij een korte koffiestop bij een wegrestaurant
in de buurt van L'Hopitalet d'Infant. Daar maken wij meteen
een handige afspraak dat om toerbeurt ieder een rondje koffie
of iets dergelijks geeft. Bij de afslag naar Amposta verlaten
wij de autobaan en koersen wij door de delta richting ons
verblijf de komende nachten, Casa de Pagès in Poble Nou del
Delta. Poble Nou blijkt een klein bijna vierkant dorpje te
zijn met allemaal witgepleisterde huizen rond een kerk. Onderweg
ernaartoe doen wij natuurlijk al wat oppervlakkige waarnemingen
in de soms blank staande maar verder nog kale rijstvelden.
Zo was er bijvoorbeeld een veld vol met allemaal Witte Kwikstaarten.
Ook werden onder meer groepjes Graspiepers, Koereigers (waarvoor
we na die dag niet eens meer stoppen, zoveel zie je er overal),
Oeverloper, ? Blauwe Kiekendief, Putter, Kneu en Zwarte Roodstaart
gescoord. En natuurlijk diverse Zwarte Spreeuwen. Voor ons
Hollanders iets bijzonders, voor Kees en Spanjaarden heel
gewoon. In de loop van de dagen zullen we ook zo nu en dan
gewone Spreeuwen zien. En inderdaad, na enige oefening haal
je de Zwarte er altijd feilloos uit, zeker als het licht goed
is, ze zijn echt veel egaler zwart.
26
februari
Vandaag
regent het praktisch de hele dag, soms wat minder soms wat
meer. En er staat bovendien een koude poolwind die het buiten
vertoeven niet veraangenaamt. We zullen daarom veel waarnemingen
vanuit het busje verrichten. Daarnaast beklimmen we enkele
keren een uitzichtspunt; hiervan zijn er gelukkig een paar
overdekt zodat je in ieder geval droog staat (maar niet altijd
uit de wind!).
Het
kijkpunt bij La Tancada levert een fraai uitzicht op op grote
groepen Flamingo's. Daar zijn ook jongen bij met wat zwart
die nog geen spoor van een roze gloed hebben. Een leuke waarneming
betrof ook een Hop die in een gat van een muurtje verdween
en ondanks lang wachten in het busje, er ook niet meer uit
kwam. Kennelijk was het zijn nest. Toen we er de volgende
dag nogmaals langs reden liet hij zich echter ook niet meer
zien. Vanaf een platform dat uitkijkt op L'Encanyissada zien
we o.a. ook een aantal Purperkoeten en onze eerste Krooneenden.
Ook rijden we naar de Sant Carles de la Ràpita. In de haven
zit een Audouin's Meeuw die zich van dichtbij uitstekend laat
bekijken. De rode snavel met zwarte band is goed te zien.
Na een kop koffie in het plaatsje koersen we richting bezoekerscentrum.
In de (overdekte) kijkhut ter plekke eten we onze meegenomen
lunch. En ook het centrum zelf krijgt vanzelfsprekend een
kort bezoek. In de middag gaan we nog de Punta de la Banya
op een schiereiland dat via een smalle strook verbonden is
met het vasteland en de lagune omsluit. In storm, zand en
regen krijgen we onderweg toch een van de hoogtepunten van
de reis te zien, voor de meeste van ons (allen?) een nieuwe
soort: een Dunbekmeeuw. En dat was toch een van de soorten
waar het hier in de Ebrodelta om was begonnen. Hij zwom met
een karakteristieke schuin naar voren gehouden vrij lange
hals en de roze gloed op zijn borst was ondanks de slechte
lichtomstandigheden, goed te zien.
Ondanks
het barre weer toch nog zo'n 60 soorten gezien waaronder vrijwel
alle te verwachten eenden- en reigersoorten. En ook de steltlopers
waren goed vertegenwoordigd met o.a. Zwarte Ruiter en Groenpootruiter.
Na
het avondeten liet Kees ons een stuk van de DVD over de vogels
van de Ebrodelta zien om ons lekker te maken voor de volgende
dag.
27
februari
Gelukkig
is het nu in zoverre veel beter weer dat we de hele dag tot
half zeven 's avonds – toen hij achter de bergen verdween
- stralende zon hebben gehad. Wel was er nog steeds een harde
wind wat vooral ‘s ochtends het dragen van handschoenen niet
overbodig maakte.
We
bezoeken nu de noordoostkant van de delta en gaan eerst naar
Illa de Buda. Vlak erbij steekt zomaar een grote groep Zwarte
Ibissen de weg over, een machtig gezicht. Vanaf het uitzichtspunt
zien wij diverse Purperkoeten die soms eens beetje met elkaar
aan het bakkeleien zijn. Ook zwemmen er grote groepen Krooneenden
Een IJsvogeltje liet zich prachtig door de telescopen bewonderen.
Op het strand lopen Strand- en Bontbekplevieren en een Drieteenstrandloper.
Na
een koffiestop in Sant Jaume d'Enveja steken we daar met een
pontje de Ebro over en bezoeken eerst de omgeving van El Canal
Vell. Op het water zelf zitten weer Flamingo's, Krooneenden
en diverse andere eendensoorten en Purperkoeten. Maar de leukste
waarnemingen komen toch uit de naaste omgeving. Want op de
landerijen zat een groep van wel duizend Grutto's die zich
heel dichtbij lieten benaderen. Ook werden Watersnip, Witgatje
en Goudplevier ontdekt. En opeens zien we een ‘verdachte'
meeuw vliegen. Al gauw werd duidelijk dat het om een Dwergmeeuw
ging. De laatste stop betrof de kijkhut bij El Garsal. Daar
zien wij ook vlakbij een Zwarte Ruiter. Terug bij het busje
tracteert Kees op overheerlijk koek die er dus letterlijk
ingaat als “koek”.
Wij
blijken vandaag een record aantal soorten te hebben gezien,
nl. 68. Behalve de al genoemde deden we ook eerste waarnemingen
van onder meer Slechtvalk, Steltkluut, Wulp, Visdief, Grote
Gele Kwikstaart en Kuifleeuwerik. Veel bijzondere zangvogels
zullen we trouwens op deze reis niet zien, omdat veel soorten
nog in het warme Afrika zitten. Alleen voor ons Hollanders
toch wat minder bekende soorten als Graszanger en Cetti's
Zanger zijn bijna dagelijkse kost, hoewel je ze vaker hoort
dan ziet.
28
februari
Voordat
we kunnen vertrekken moet eerst het ijs van de ruiten van
het busje geschrapt worden want het had zelfs gevroren!
Gelukkig laat de zon zich weer goed zien, al is er wat meer
bewolking. De poolwind blijft voor handschoenen en ijsmuts
zorgen. We gaan eerst nog even naar de haven van Sant Carles
de la Rápita waar we inderdaad de Audouin's Meeuw weer vinden.
Nu zit hij op ene lantaarnpaal en laat hij zich vanuit het
busje door Kees mooi op de digitale foto zetten. Dan gaat
het over Tortosa naar Gandesa. Daar drinken wij koffie in
een café op het kerkplein. Op de kerk zitten wel drie Ooievaarnesten.
Vervolgens gaat het over Alcaniz naar Belchite. Onderweg zien
wij vlakbij het windmolenpark een groep Zwartbuikzandhoenders.
Ook vliegt er een grote groep leeuwerikachtige vogels. Kees
legt uit dat, al kan je ze niet herkennen dit in dit jaargetijde
en op deze plaats, alleen Kleine Kortteenleeuweriken kunnen
zijn. Het is de enige soort die in zulke grote groepen (wel
honderd exemplaren) over de vlakten zwerft. We zullen ze morgen
ook nog op enkele plaatsen zien. Ook de Kalanderleeuwerik
geeft acte de presence. We zien de eerste Vale Gieren cirkelen,
maar Kees voorspelt dat we er de komende dagen nog veel meer
en van dichterbij zullen zien.
In
Belchite bezoeken we de verlaten stad. Ergens vandaan klonken
de heldere klanken van een Mozart-concert, hetgeen de belevenis
nog sfeervoller maakte. Het is net een spookstad als je door
die ruïnes van kerken en huizen rondloopt. Erg indrukwekkend.
Onderweg naar Fuendetodos waar we één nacht zullen blijven,
zien we nog Rode Patrijzen. Fuendetodos is de geboorteplaats
van de beroemde Spaanse schilder Goya en we bezoeken het museum
en zijn geboortehuis. Maar eerst nemen we als echte toeristen
een kijkje bij en in een ijskelder. Tsja, en over ijs gesproken….
In het hotel hadden we een hele mooie, bijna luxe kamer met
zelfs een bidet en een bad, maar geen warm water en evenmin
verwarming. Wat er nu precies aan de hand was,werd niet duidelijk,
diesel op, lek, in ieder geval kon dat, ondanks toezeggingen
en inspanningen, niet meer die avond gemaakt worden. En omdat
het buiten maar een paar graden boven nul was en het die nacht
weer zou gaan vriezen, een koude toestand tijdens de borrel,
het lijsten en het eten. De whisky, bijna een dubbele die
Tom en Loes namen hielp echter wel om wat warm te worden en
werd de volgende ochtend niet in rekening gebracht. Terecht
vonden we, als pleister op de wonde voor het ongemak. Overigens
ging Kees met de eigenares voor iedereen twee dekens halen
uit de nabijgelegen jeugdherberg, zodat we het die nacht toch
heerlijk warm hebben gehad.
1
maart
Het
is wisselend bewolkt en het lijkt erop dat het wat warmer
wordt en minder hard waait. We wassen ons dus met koud water,
dan ben je meteen goed wakker. Na het ontbijt rijden we eerst
naar het Ermite de Belchite, een fraai gelegen klooster even
voor Belchite. Onderweg zien we weer Rode Patrijzen. Belangrijkste
nieuwe soort bij het klooster is de Rotsmus. Via Belchite
en Codo bezoeken we dan het steppenreservaat El Planaron.
Op weg daar naartoe zit een Steenuiltje op een oude schuur.
Ook zullen we onze eerste Thekla Leeuwerik van de reis zien.
We maken ook een wandeling door de steppe die ons naar een
rijk begroeid meer brengt. Verder zien we nog een Blauwe Kiekendief
man jagen. Maar de steppenvogels waar het vandaag toch wel
om begonnen is, laten het verder helaas geheel afweten. En
dat is toch wel jammer, want daar ging het wat betreft dit
deel van de reis wel een beetje om. Dus geen Grote Trap of
zandhoenders e.d. Ook de Dupont's Leeuwerik laat het afweten,
hoewel Kees ons duidelijk voorhield dat we daar echt veel
geluk voor moesten hebben. Ook hij kon uren ronddwalen op
een plek waar ze zouden moeten zitten zonder er ook maar één
tegen te komen.
We
drinken koffie in Quinto, steken bij Sastago de Ebro over
richting Los Monegros. Op weg daar naartoe zien we een heel
stel Alpenkraaien. Kees vertelt dat dit de enige plek is waar
ze in groepsverband opereren. Toch blijft het wel een beetje
een raar soort biotoop voor dit soort vogels, maar de rode
snavel en poten sluiten elke verwarring uit. Dan houden we
halt bij een uitdrogend zoutmeer “La Playa” geheten.
Aan de overkant zit een troep Vale Gieren aan iets te eten
wat kennelijk een kadaver is. Er vliegen ook een paar Raven
rond. Dan maken we ook in Los Monegros een rondje over de
onverharde wegen in de hoop vanuit het busje Grote Trappen
te vinden. Maar ook hier blijkt dat er niet in zitten. Zoeken
we op de verkeerde manier, op de verkeerde plek of zijn ze
er helemaal niet?
Onze
volgende stop is Sariñena waar we koffie of thee drinken en
waarna we naar een meertje met een kijkhut erbij vlak in de
buurt rijden. Als nieuwe soort levert dit nog de Tafeleend
op. Ook zien we enkele Kraanvogels en een Bruine Kiekendief
vliegen.
Via
Huesca gaat het vervolgens en route naar Bolea. Daar logeren
we de komende drie nachten in een schatting pensionnetje met
uitstekende kamers en absoluut het lekkerste avondeten van
de hele reis! Die avond krijgen we bijvoorbeeld een overheerlijke
forel. Een maaltijd die we overigens, net als de volgende
dag, met z'n vijven nuttigen omdat Kees gewoon even gezellig
naar huis gaat. Maar één van de eerste dingen die we na aankomst
doen is het nemen van een heerlijke warme douche, het eerste
warme water na 48 uur over ons heen!
2
maart
Er
is weer minder wind en de temperatuur is opgelopen tot een
graad of 10.
Wij
gaan eerst naar het Embalse de Sotonera, waar we als groep
toch wel als algemeen gevoelen het hoogtepunt van de reis
beleven. Een gigantische slaap- en pleisterplaats van naar
schatting 45 000 Kraanvogels! Vanuit een prachtige uitkijkpost
kijk je van behoorlijk dichtbij op de tienduizenden vogels
neer. En het kenmerkende kru, kru, kru is natuurlijk niet
van de lucht. We blijven er zeker twee uur kijken totdat de
eerste groepen langzamerhand op de wieken gaan om te vertrekken
en te trachten de Pyreneeën over te steken. Steeds hoger en
hoger, gebruik makend van de thermiek zweven ze weg, langzamerhand
de karakteristieke V-formatie aannemend. Het weer boven de
bergen ziet er echter allesbehalve goed uit en de verwachting
is dat ze gewoon 's middags weer terugkeren. Als dat slechte
weer een paar dagen aanhoudt en er komen wel nieuwe vogels
bij, maar er vertrekken geen vogels, kan het aantal hier soms
enorm oplopen.
Als
we eindelijk min of meer uitgekeken zijn (maar je kan er nauwelijks
genoeg van krijgen), gaan we eerst even koffie drinken in
een wegrestaurant en zetten dan koers naar het Embalse de
Valdiello, hoger in de bergen. Van de roofvogels zien we,
behalve Buizerd, Steenarend, Vale Gier en Torenvalk die we
dagelijks zien de laatste dagen, nu ook Rode en als nieuwe
soort Zwarte Wouwen. Maar het hoogtepunt was natuurlijk een
Lammergier die even een kijkje kwam nemen en goed herkenbaar
was.
Daarna
gaan we naar de Salto del Roldan, een rots die beroemd is
om zijn grote kolonie Vale Gieren in een ander zijdal vanuit
Huesca. En inderdaad vliegen er tientallen rond. Soms beneden
ons en dan kan je ze prachtig op de rug bekijken. Ook vliegt
er nog een Steenarend. Terug bij de bus doen we nog een heel
leuke waarneming: een Alpenheggenmus! De vogel is helemaal
niet schuw en laat zich zelfs vanuit de hand fotograferen.
Hij scharrelt op zijn dooie gemakje rond en komt zelfs vlak
bij het geparkeerde busje.
De
laatste plek die we die dag bezoeken is even ten zuiden van
Huesca in de omgeving van Lascadas. Daar is een slaapplaats
van Rode en Zwarte Wouwen. Er zaten er wel zo'n 25 bij elkaar
op de grond, die één voor één of met een paar tegelijk opvlogen
om hun slaapbomen op te zoeken. Het merendeel bestond uit
Zwarte Wouwen, maar er zaten ook een paar Rode bij. Een uitstekende
gelegenheid om beide soorten nog eens op hun kenmerkende verschillen
te leren onderscheiden. Ook was er nog een grote groep Kievieten.
Pas om 19.00 uur zijn we weer in Bolea terug.
3
maart
Ook
vandaag lijkt het weer een graadje warmer te zijn, maar ook
met steeds meer bewolking.
We
gaan eerst weer naar de Kraanvogels. Nu bekijken we ze van
een andere kant met een al even indrukwekkend uitzicht op
de tienduizenden vogels als gisteren. Daarna rijden we een
stukje om om in de trekbaan naar het noorden te komen als
ze op de wieken gaan. Ze gaan echter pas vrij laat richting
noorden en is het ook nu maar de vraag hoeveel er daadwerkelijk
over de bergen komen. Vanuit het punt waar wij zitten kunnen
we de groepen wel heel lang volgen.
Maar
er staat meer op het programma vandaag en na een koffiestop
in Ayerbe koersen we naar Riglos met de beroemde rotsen van
Los Mallos. We wandelen vanuit het dorp met een Zwarte Roodstaart
op het kerkdak, eerst de ene kant onder de rotsen door die
kennelijk ook geliefd zijn bij de echte ‘kletteraars'. Behalve
de Vale Gieren ontdekken we ook onze eerste Aasgier. Ook een
Slechtvalk levert een fraaie show van zijn vliegkunst af.
Zo nu en dan laat hij zich zien of zijn het toch meerdere
exemplaren? De Lammergier laat zich helaas niet zien en ondanks
dat driftig de rotsen worden afgespeurd ook geen Rotskruiper.
Toch komen we nog met een nieuwe soort, want Tom ontdekt een
Zwarte Tapuit die later in een holletje verdwijnt. Misschien
een nest?
Na
de lunch in het dorp lopen we nu de andere kant uit langs
de rotsen. Ook hier laat de Aasgier zich zo nu en dan zien.
In de bosjes tussen de akkertjes waar we doorheen lopen zit
een groepje van een stuk of vijf Cirlgorzen. Maar opeens horen
we ook een bekend geluid: kru, kru kru … En ja hoor, een grote
groep Kraanvogels zweeft hoog boven de bergen maar gaan kennelijk
zuidwaarts terug naar Sotonera, omdat ze niet in staat waren
het hooggebergte over te steken. Zouden het dezelfde vogels
zijn geweest die we ´s ochtends zagen vertrekken?
We
kwamen ook nog langs een groot informatiecentrum in opbouw
waaraan volgens Kees het werk al tijden stil ligt bij gebrek
aan geld. Terwijl de kabels voor een webcam met een gierennest
er al nota bene kant en klaar liggen…
De
laatste stop van die dag betreft het kasteel van Loarre. Het
weer wordt er intussen niet beter op en er valt zelfs een
spatje regen. Het kasteel zelf ligt ruim 1000 meter hoog met
een fantastisch uitzicht op de omgeving. Hoe koud het daar
de laatste dagen is geweest en eigenlijk nog is bewijst dat
op de traptreden van het kasteel nog heel veel spekgladde
aangestampte sneeuw en ijs ligt. Het is dus een beetje voorzichtig
lopen. Nieuwe soorten levert het niet meer op. Wel zit er
nog een Alpenheggenmus die rustig over de muurtjes rondscharrelt
en zich weinig van de bezoekers blijkt aan te trekken.
Om
kwart voor zes zijn we weer terug in Bolea. Een warme douche
is welkom en dan is het inpakken want morgen wacht het vliegtuig
in Barcelona al weer op ons.
4
maart
Om
ongeveer negen uur rijden we weg. Het is nog een hele reis
naar Barcelona en we doen er dan ook zo'n vier uur over. De
eerste helft van de route gaat dan ook niet over de autobaan.
Er blijft dus weinig tijd over om onderweg nog even te stoppen
om ergens te vogelen. Dan doen we dan ook eigenlijk niet behalve
om een keer de dorst van het busje te lessen en een keer om
in onze eigen koffiebehoefte te voorzien.
In
totaal hebben we als groep deze acht dagen 126 vogelsoorten
gezien of gehoord, hoewel die niet allemaal door alle leden
van de groep zijn gezien. Hieronder voor een aantal van de
personen van de groep ook nieuwe soorten die je op een reis
zoals deze mocht verwachten. Helaas werkte het weer niet altijd
mee, maar het blijft de vraag of we echt meer zouden hebben
gezien zo vroeg in het jaar als het wat warmer was geweest.

Reisverslag
kraanvogels en Pyreneeën,
1
t/m 8 maart 1999
Door:
Sjaak Wolst (Den Bosch)
Met
een open vizier op reis. Dat was het motto voor een 'vogelreis'
in Spanje. Het was voor het eerst dat ik met een georganiseerde
reis meeging. En het is me goed bevallen. Met de trein naar
Schiphol en 's middags geland in Barcelona. Daar opgewacht
door de reisleider Kees Woutersen.
De
eerste ochtend bezoeken we de omgeving van Montmesa. Duizenden
kraanvogels wachten ons hier op. Deze ochtend is het weer
prachtig en veel van de vogels gaan de lucht in om hun tocht
over de Pyrenee‘n te beginnen. Onderweg naar Montmesa hebben
we al een paar vogels gezien die we daar nog vaak gaan tegenkomen:
de grauwe gors en de kuifleeuwerik. In Nederland geen alledaagse
verschijningen en hier zeer algemeen. Na een paar uurtjes,
nog wat spectaculaire waarnemingen zoals de vale gieren, een
aasgier (net terug uit het nog verdere zuiden), de zuidelijke
klapekster (zacht roze met grijs i.p.v. wit met grijs), bruine
kiekendief en rode patrijs, hebben we koers gezet naar het
kasteel van Loarre. Een kasteel uit de tijd dat het iberische
schiereiland stukje bij beetje werd veroverd op de moren.
In
de middag zijn we verder gegaan over de onverharde wegen (dit
is niet comfortabel maar wel leuk) naar Riglos. Daar naar
boven gewandeld en ons op een rotspuntje boven een duizelingwekkende
afgrond neergezet om de gierenkolonie te kunnen obeserveren.
Hier hebben we genoten van het uitzicht en de zweefvluchten
van de vale gieren. Deze kolossale vogels zweven langs, over
en onder ons door en gaven de gelegenheid ze uitgebreid te
bekijken. Verderop hangen tegen de steile kliffen de Franse
en Spaanse bergbeklimmers als miniscule dwergjes tegen de
rotsen. Ik kon er niks aan doen, maar al kijkende naar deze
fratsen kreeg ik de kriebels in mijn onderbuik en ben ik een
paar meter teruggeschoven op de rotsen. Voor geen goud krijgen
ze mij daar aan een touwtje tegen de berg! Na een paar uutjes
zetten we weer koers naar de auto. Onderweg laat de alpenheggemus
zich voor het eerst goed zien. Schitterend. Tegen de schemering
zoeken we een rotskloof op waar de oehoe zou moeten zitten.
Na even geduldig en al klappertandend wachten op het donker
horen we de roep van de oehoes, wel drie stuks. Het is pikkedonker
als we weer op weg gaan naar huis. Gelukkig zijn de afstanden
niet erg groot. Als we 's avonds zitten te filosoferen besluiten
we het programma een beetje aan te passen en een paar lange
wandelingen in te lassen voor de komende dagen. Tenslotte
rijden we thuis al genoeg auto! Na een wijntje en een borreltje
gaan we slapen. Een beste dag. De volgende dag vertrekken
we goed half negen, na een gezamenlijk ontbijt, richting de
voor-Pyreneeën. Dit landschap van prachtige kloven en steile
wanden van vele honderden meters gaan we vandaag te voet bedwingen.
Vroeger, heel wat jaren en heel wat kilo's minder, deed ik
deze wandelingen vaak en leken ze een een stuk minder zwaar!
Nu was het zwoegen langs rotsige rivierbeddingen en tegen
steile rotswanden. Via een extreem steile pas klommen we naar
de val d'Onsera, waar een oud klooster zich bevindt. Die monniken
hielden van afzondering! Maar het was de moeite waard. Het
landschap hier is prachtig en doet denken aan het zuidwesten
van de Verenigde Staten. Ook qua vogels kwamen we goed aan
ons trekken met kwalitatief erg goede waarnemingen van onder
andere de lammergier, alpenkraai, cirlgors, grauwe gors, rode
en zwarte wouw. In de middag zijn we verder gereden naar het
stuwmeer van Vadiello, waar we de rotsduiven hebben opgezocht.
Gedurende de dag zagen we groepjes kraanvogels die terugkeerden
richting Spanje. De wind was aangezwollen en nodigde niet
uit tot een tocht over de Pyreneeën. In de avond hebben we
de slaapkolonies van raven en rode wouwen bezocht. Honderden
rode wouwen in twintig bomen. Onvergetelijk.
En
zo gleden de dagen voorbij. We vertrokken 's morgens rond
half negen en kwamen 's avonds rond half negen weer in het
hotel. Om 08.00 ontbijt, onderweg ons survival-pakket en 's
avonds een authentieke Spaanse maaltijd met Spaanse wijn om
20.00 uur. Tussendoor af en toe een barretje in voor een kopje
koffie. Maar toch vooral wandelen door zon, sneeuw, wind en
regen, rijden, vogels kijken en genieten. Wat mij vooral beviel
was dat alles heerlijk relaxed ging. Er was tijd om te genieten
en om te leren. We hebben genoten van de rijkdom van de natuur.
Maar
vooral de vogels verbaasden ons. De iedere dag groter wordende
groep kraanvogels bij Montmesa met op de voorlaatste dag wel
zo'n 20.000, die in goed anderhalf uur allemaal de lucht in
gaan om de tocht over de Pyreneeën te wagen als het weer eindelijk
mee blijkt te werken. De lammergier, die we van dichtbij tot
wel 5 maal omhoog zien gaan om zijn bot op de rotsen stuk
te gooien. De oehoe, die we op de zesde dag weer tevergeefs
lijken te zoeken en die plotseling nog geen 10 meter van ons
vandaan zit. De steenarend op het kadaver van een kraanvogel.
De vale gier die zomaar dood uit de lucht kwam vallen na een
botsing met een telefoondraad. Het door de gieren schoongeplukte
schapenkadaver. De door ons verstoorde kerkuil die per ongeluk
in een boom met raven gaat zitten, waar hij beslist niet welkom
was. De rotskruiper die we na lang zoeken vinden op een gebouw
in het bergdorp en kuuroord Balneario Panticosa. De grote
gele kwikstaarten en de waterspreeuwen in Sallent de Callego.
De zwarte spreeuwen op het dak van ons hotel. Het is de grens
van het gematigde Noord-West Europese klimaat en het warmere
Zuid-Europese klimaat en dat uit zich in een groot aantal
soorten. En we hebben ze vast nog lang niet allemaal gezien.
Kortom het was een mooie week. Toen ik terug was op het vliegveld
van Barcelona en me niet eens meer ergerde aan de vertraging
van anderhalf uur wist ik dat het me goed gedaan had.

|