
La
Mancha & Cabañeros
Vogels
in het land van Don Quichotte
| Reisdata:
19
t/m 25 mei 2012 |
Duur:
7
dagen |
Prijs:
€
1015 |
| |
|
|
| o.l.v.
Kees
Woutersen. |
Aantal
verwachte vogelsoorten:
120-140. |
Toeslag
1 pers. kamer
€
150 |
De
vogelreis La Mancha & Cabañeros gaat door Midden Spanje
en combineert zoet- en zoutwatermeertjes, unieke dehesas met
oneindige steppen. In La Mancha liggen 150 natuurlijke plassen
die door grondwater gevoed worden. In de loop van het voorjaar
drogen ze bijna allemaal op. De witkopeend was bijna uitgestorven,
maar dankzij een beschermingsprogramma is hij weer terug.
Kurkeiken,
steeneiken en gras- en graanvelden domineren Cabañeros en
dankzij de verspreid staande bomen doet dit gebied aan de
Afrikaanse savanne denken. Cabañeros is een van de simbolen
van de Spaanse natuurbescherming. Eens bestemd als schietbaan
voor straaljagers van de luchtmacht, werd dit gebied na lang
actievoeren door natuurbeschermingsorganisaties een bekend
Nationaal Park. Er zijn grote, moderne bezoekerscentra en
vriendelijke parkwachters begeleiden dagelijks excursies door
het park. De Sierra de Guadarrama ligt vlakbij Madrid, het
is een een Important Bird Area (IBA) met alpenweiden en bossen.
In
La Mancha komen vogelsoorten voor die elders in Europa moeilijk
te vinden zijn: grijze wouw, monniksgier, Spaanse keizerarend,
havikarend, kuifkoekoek, roodstuitzwaluw en blauwe ekster.
Ooievaar en kleine torenvalk zijn verbazingwekkend algemeen.
De aantallen roofvogels en zangvogels zijn groot, rode –
en zwarte wouw, slangen- en dwerarend, hop en bijeneter. Op
de plasjes van La Mancha vinden we veel eenden, reigers en
steltlopers.Op de graansteppen
van La Mancha broeden witbuikzandhoenders, grote trappen,
heel veel kleine trappen en ook Tekla -, kortteen- en kalanderleeuwerik.
Endemische
soorten deze reis zijn. Spaanse keizerarend, blauwe ekster
en Iberische haas.
Drie
van de zes georganiseerde vogelreizen waren privé en dus niet
in ons reguliere programma opgenomen.
Reisprogramma:
Dag
1. Aankomst (ophalen vliegveld Madrid).
Vervoer
naar La Mancha en een bezoek aan karakteristieke ´Don Quichote´
molens van de streek. Twee overnachtingen bij Alcazar de San
Juan.
Dag
2. (Zout-)meertjes Pedro Muñoz
In
het grootste zoutmeer, gelegen in het hart van La Mancha broeden
150 paar lachsterns, dwergsterns, witwangsterns, vorkstaartplevieren,
steltkluten steltlopers enz., terwijl er ook flamingo's en
krooneenden kunnen verwachten. Daarna bekijken we zoetwatermeertjes
met witkopeend, reigers en weer veel steltlopers.
Dag
3. Las Tablas de Daimiel
In
dit kleinste Nationale Park van Spanje zijn mooie routes uitgezet.
Riet, wilgen, water en modder waar een klein riviertje doorheen
stroomt. Tablas zijn in deze regio plekken waar het water
van de schaarse riviertjes wordt samengehouden. De vogels
zijn mensen gewend en laten zich rustig van dichtbij bekijken.
Buidelmezen, grote karekieten, purperreigers, kleine zilverreigers
en weer steltlopers zijn hier te vinden. Na de middag gaan
we dwars door La Mancha richting Cabañeros. Drie overnachtingen
bij Cabañeros.
Dag
4. Nationaal Park Cabañeros
Met
de verspreid staande bomen doet dit gebied aan de Afrikaanse
savanne denken. Kleine trappen, kalanderleeuweriken, kortteenleeuweriken
en grielen zijn steppevogels die hier broeden. In de heuvels
broeden Zuid-Europese zangvogels, blauwe eksters 160 paar
monniksgieren en 3 paar Spaanse keizerarend. Cabañeros is
een afgesloten gebied, een parkwachter laat ons met zijn truck
de mooiste stukken zien. Er zijn tevens veel edelherten, wilde
zwijnen en Iberische hazen, een endemische soort van Spanje.
In de nabije omgeving van het park is meer kans op soorten
die tevens struik- en cultuurlandschap wensen, zoals Spaanse
mus, steenuil, bijeneter, roodkopklauwier, en baardgrasmus.
Dag
5 en 6. Sierra de Guadarrama, El Pardo (Madrid)
Ochtendwandeling
en vervoer naar Guadarrama voor twee overnachtingen. Zo dicht
bij Madrid en toch zo goed voor vogels. Monniksgier, steenarend,
havik en andere grote roofvogels. Bij de alpenweiden zijn
rode rotslijster, waterpieper, blauwborst en grijze gors te
vinden, plus de Spaanse ondersoort van de bonte vliegenvanger.
We rijden tot de boomgrens (skipistes en citroenkanaries)
en hoger. El Pardo is het privé-jachtterrein van de Spaanse
koning en voor iedereeen afgesloten. Dat is een van de redenen
dat hier de hoogste dichtheid aan keizerarenden te vinden
is. Bij de noordrand zoeken we naar vogels van de dehesas,
roodstuitzwaluw, roodkopklauwier...
Dag
7. Terugreis (retour naar Madrid).
Praktische
informatie vogelreis:
La
Mancha & Cabañeros:
Aankomt/vertrek:
vliegveld Madrid, aankomst en vertrek in de middag
(plm. 13.00 – 16.00 uur) tenzij anders afgesproken.
Aanbevolen
vliegmaatschappij: Iberia, Vueling, KLM.
Inclusief/exclusief:
verblijf obv volpension (ontbijt, lunchpakket, avondeten),
alle vervoer ter plaatse, alle excursies, Nederlandse reisleiding,
alle entreegelden, informatiepakket over de te bezoeken
gebieden . Exclusief: heen- en
terugreis Spanje, evt. reisverzekering, fooien, souvenirs,
eigen consumpties.
Vervoer
in Spanje: 9-persoons busje.
Zwaarte:
lichte wandelingen (max. enkele kilometers).
Aantal
deelnemers: tenminste 3 personen, maximaal 14 personen.
Accommodatie:
Familiehotels met
douche/toilet op de kamer.
Klimaat:
Kerst:
doorgaans aangename temperaturen met zon, soms regen.
Voporjaar:
doorgaans mooi voorjaarsweer, 20 - 25 ºC.
Extra
informatie : op aanvraag.
Opgaveformulier:
klik hier.
Endemische
soorten op deze reis:
Spaanse
keizerarend
De
witte kop en de grote witte schoudervlekken zijn karakteristiek
voor deze arend met een spanweidte van twee meter. Het broedgebied
is beperkt tot het Iberisch schiereiland en de wereldpopulatie
telt zo´n 200 paar. Alle nesten worden beschermd maar het
uitleggen van gif, habitatvernietiging, het aanleggen van
wegen en grootschalig toerisme blijven een serieuze bedreiging.
Het broedsucces is erg wisselend, soms worden er veel en soms
heel weinig jongen grootgebracht. De laatste jaren is er gelukkig
een stijgende lijn te zien in de populatie van de Spaanse
keizerarend. In la Mancha is de populatie in 10 jaar tijd
meer dan verdubbeld.
Blauwe
ekster
Ook
de blauwe ekster heeft een verspreidingsgebied dat beperkt
is tot de zuidwesthoek van het Iberisch Schiereiland. DNA
onderzoek heeft uitgewezen dat de blauwe ekster van China
toch echt een andere soort is. In de dehesas is hij algemeen
en makkelijk te zien. De blauwe ekster is schuw en komt niet
graag dichtbij de mens maar als er voedsel of in de zomer
water wordt aangeboden komt hij plotsling even erg dichtbij.
Blauwe eksters leven in hechte familiegroepen, waarbij ´tantes´
helpen bij het grootbrengen van jongen van andere individuen.
Hierdoor wordt het broedsucces van de familiegroep hoger,
maar het is onduidelijk wat het voordeel is voor het familielid
dat een ander individu helpt.
Iberische
haas
In
het droge landschap van Spanje en Portugal leeft de Iberische
haas (Lepus granatensis). Kleiner dan de Europese, met meer
roodbruin en met meer wit op de buik en aan de achterkant
van de poten is hij makkelijk in het veld te herkennen. In
Midden en Zuid-Spanje kan hij plaatselijk talrijk zijn, hoewel
hij soms intensief wordt bejaagd. Nationaal Park Cabañeros
leeft hij beschermd en dat is een van de plekken waar hij
het makkelijkst is te zien.

Reisverslagen
Highlights
vogelreis La Mancha - Centraal Spanje,
14 t/m 21 mei 2011.
*
La Mancha: een landschap met heuvels vol druiven, olijven,
graan, Don Quichot molens en onze (zout)meertjes.
* We zien een flamingokolonie, honderden krooneenden, steltkluten
en 20 lachsterns vlak voor onze neus.
* Hier zitten nog witkopeenden, volop baltsend: man zwemt
snel rond het vrouwtje, jaagt andere mannetjes weg en stopt
plotsling om kop en staartje recht omhoog te steken.
* De kuifkoekoek geeft een show weg, rondjes om ons heen vliegend
en luid roepend voordat hij in een boom gaat zitten. Dit wordt
het moment van de reis.
* We genieten van Cabañeros Nationaal Park, het Arfika
landschap van Europa.
* In één kijkerbeeld zien we zittend in kurk-
en steeneik drie van de grootste roofvogels: monniksgier,
Spaanse keizerarend en slangenarend. De jonge monniksgieren
op het nest zijn nog klein.
* Tenslotte gaan we naar de sierras van Madrid. Kent u die
Endemische Bonte Vliegenvanger? De dag levert ons nog eens
12 vogels extra op (ortolaan!), dus komen we op een totaal
van 142 soorten in één week. Voldaan keren we
huiswaarts.
Reisverslag
La Mancha – Cabañeros
23
– 27 april 2005
Uit
het reisverslag van een KNNV-reis, door Agnes, Mien, Theo
en Mouse.
Reisleider:
Kees Woutersen.
Zaterdag
23 april .
We
landen voorspoedig om iets na 12.00 uur te Madrid. Bagage
gevonden en op zoek naar onze reisleider ter plaats, Kees
Woutersen. Hij staat ons in de aankomsthal op te wachten,
kan niet missen. Bordje in de hand en verrekijker om de nek.
Busjes vlot geregeld en voor je het weet rijdt je midden door
Madrid richting La Mancha. Raar idee. Op weg naar ons hotel
doen we Consuegra aan.
La
Mancha doorkruisen zonder stil te staan bij de belevenissen
van Don Quijote kan natuurlijk niet. Daarbij blijkt het dit
jaar 400 jaar geleden dat Miguel Cervantes Saavedra de belevenissen
van deze ridder schreef, waardoor er extra aandacht aan deze
held van La Mancha besteed wordt. Dus dat doen we dan direct
de eerste dag. In Consuegra bezoeken we de befaamde witte
molens en wat daar opvalt is dat het daar zo ontzettend droog
is. Kees geeft aan dat normaliter alle hellingen vol stan
met allerlei bloeiende bloemen. Nu is hier weinig van te zien.
Het blijkt afgelopen winter de droogste winter van de afgelopen
30 jaar te zijn geweest. Dat is spijtig voor de natuur en
voor ons, nu wij zojuist zijn neergestreken met de verwachting
naast veel vogels ook nog een bloemenpracht te kunnen waarnemen.
Maar
het is niet anders en we richten ons dus op de vogels. En
voor je het weet zijn we in een hevige discussie beland of
daar nu wel of niet wat loopt en waar dan wel en at het is
enz. Het blijkt een rode patrijs te zijn. Kleine torenvalken
worden gezien, bijeneters gehoord, we zijn echt begonnen.
Bij
aankomst in het hotel worden de kamers verdeeld en afspraken
gemaakt over evaluatie´s, eten en overige. De kop is eraf.
Zondag
24 april .
Onze
eerste excursiedag begon bij het mer Laguna Manjavacas, brak
water met weinig zoutminnende planten er omheen.We zagen er
circa 2000 flamingo´s, er waren ook broedende flamingo´s te
zien. Onze gids Kees vertelde dat het een nieuwe broedplaats
was, de derde in Spanje, en hij vertelde dat het waterpeil
opvallend hoog was, dit had hij nog nooit zo gezien. We zagen
ook Roemeria hybrida ,
in twee verschillende kleuren. Onderweg naar de tweede stop
zagen we verschillende kapelletjes, die worden en paar keer
per jaar nog gebruikt.
Aangekomen
bij het volgende meer zagen we oa kroonenden, Cetti´s zanger
en vele steltkluten. Het was omringd met tamarisk en rietkraag,
in dit laatste werd door Theo de baardmees gezien, en vastgelegd.
Het was bewolkt met wat zon, er stond wel wat wind en dat
deed koud aan. Bij het tweede meer stonden vele Tragopogodon
hybridus te bloeien
evenals evenals veel waterranonkels te bloeien. Bij het derde
meer was de kemphaan bijna in prachtkleur, zijn kop was helemaal
wit gekleur. Er vlogen boven onze hoofden ca. 2000 gierzwaluwen,
om insecten te vangen boven het zoete water. De witkopeend
was een bijzondere vogel. Onderweg bestond het landschap uit
enige olijfboomgaarden en het andere deel was massaal met
stronken druiven aangeplant, alles nog zoner bladeren, in
de roestbruine aarde. We hebben heel veel meer gezien, maar
ik kon het niet bijhouden en alles staat op de streeplijst.
Maandag
25 april .
Na
een koude nacht, eerst een korte wandeling gemaakt. Een nachtegaal
zong zijn hoogste lied op 100 m. van ons hotel. Na het ontbijt
vertrokken wij op excursie met de twee busjes om 09.00 uur.
Eerst werd een poging gedaan om yoghurt te kopen, onder grote
hilariteit werd het dorp doorkruist, helaas zonder het product.
Op weg naar het kleinste nationale park van Spanje, genaamd
Las Tablas de Taimiel. De eerste vogel die zich goed liet
zien en horen in het topje van een struik was de graszanger.
Een paartje krooneenden lag op de oever te zonnebaden, en
liet zich op enkele meters afstand van de loopbrug bewonderen.
Op de reling van deze brug lag ook een julikever, met wit
en zwarte kleuren. Op het hoogste punt aangekomen had je een
prahtig overzicht over dit natuurgebied, met aanliggende wijngaarden.
Hier werd de lunch gebruikt, hier werd voor het eerst de roodkopklauwier
gezien en de houtbij in zijn mooie kleuren vloog voorbij.
Later bij een hut werd gezien dat een Europese waterschildpad
lag te zonnebaden op een boomstronk.
Ook
de ralreiger in zijn prachtige verenkleed ging op de rand
van een van de vele bruggen zitten die het gebied doorkruisen.
Toen gingen we in de richting van onze volgende verblijfplaats,
bij Cabañeros. We reden langs de heuvelrug Los Montes de Toledo,
onderweg zag je de biotoop veranderen van druiven in graanvelden
en wat veeteelt. In de flora zag je ook de verandering, vele
met lavendel, cistus en steeneik.Bij aankomst hebben we een
korte wandeling gemaakt en blauwe ekster en hop gezien. Het
diner liep wat de tijd betreft nogal uit de klauwen, het was
om 22.45 uur pas afgelopen. Bij het naar bed gaan hoorde Nelly
een meganisch geluid dat om de 5 seconden werd herhaal. Maar
toen het zich verplaatste bleek het toch een dier te zijn.
Gelukkig hadden andere personen dat ook gehoord en het bleek
een dwergooruil te zijn.
Dinsdag
26 april .
Het
werd een vroegertje vanmorgen. Om 07.30 uur zouden we in de
terreinwagens van de parkwachters zitten die ons door het
Cabañeros Nationaal Park zouden rijden. De zon kwam om die
tijd pas laag op over het dampende landschap. Een flinke kudde
schapen stond dicht bijeen als verstilde beelden. Heel mooi.
Het ochtendlicht scheen door de paarse kuiflavendel en de
gele bremstruiken. Okergele en bruinrode aardkleuren kregen
een extra warme gloed. Schitterende ochtensfeer! Geleidelijk
begint het landschap steeds meer op Afrika te lijken. Vele
edelherten passeren onze weg en laten zich van dichtbij zien
in het prachtige ochtendlicht. We stoppen bij het restand
van een oude muur die vroeger dienst deed om de dieren uit
de tuinen van de grootgrondbezitters te houden.
Er
zitten zo´n 2000 edelherten in het park. Het park is van goede
paden en infocentrum voorzien en beslaat zo´n 39.000 ha. Op
de hoge rotsen zaten twee monniksgieren als statige beelden
in de zon, terwijl in het veld de kleine trap zich liet bekijken.
De nachtegalen gaven vanuit alle hoeken een concert ten beste
en tot grote verrassing vonden we ook een pijpbloemsoort en
wilde pioenroos. We zaten dichtbij een watertje en de wielewaal
liet zich horen. We vonden op de kuiflavendel enkele exemplaren
van de mooie Spaanse pijpbloemvlinder. In een brug over de
río Bullaque werden de vale en kleine vale vleermuis gesignaleerd.
Hier waaiert het gezelschap uit elkaar om twee uur te wandelen
en te genieten. De stenige akkers zijn ingezaaid met maïs,
maar alles is hier stoffig en droog. Ik daal af naar de brede
rivierbedding. Terug naar het dijkje hebben Wim, Clara en
Bert twee appelvinken gezien. De nachtagalen weten van geen
ophouden. Iedereen heeft genoten en we gaan naar ons hotel
voor douche, dagbespreking, inventarisatie en diner.
Woensdag
27 april .
Voordat
we vertrekken nog even een wandeling in de omgeving van ons
hotel. Ons eigenlijke doel is de blauwe ekster te spotten.
Weliswaar een schuwe vogel, maar hij bezoekt graag picknicktafels
om de laatste restjes daar weg te happen en van redeljke afstand
zijn ze goed te observeren. Ieder van ons kan ze goed in de
kijker krijgen.
Vervolgens
gaat de reis verder richting Extremadura.
Reisverslag
La Mancha – Cabañeros
01
mei t/m 07 mei 2002
Door:
Kees Bode.
Reisleider:
Kees Woutersen.
Al
jaren liep ik rond met het plan, eens een georganiseerde vogelreis
te maken. In mijn jeugd was ik, na het zien van diverse afleveringen
van een Spaanse natuurserie op tv, zeer onder de indruk geraakt
van dit gedeelte Zuid-West Europa. Het kwam er echter maar
niet van, mede omdat ik dacht dat zo'n reis toch al gauw 3000
Euro zou kosten. Verbaasd was ik dan ook, toen ik in januari
2002, een compleet verzorgde reizen voor zo'n 1.000 euro tegenkwam,
naar Extremadura, Cabañeros en La Mancha.
Ik
was de laatste van een groep van veertien personen, die zich
aanmeldde voor de tiendaagse reis. Toen ik de deelnemerslijst
onder ogen kreeg, was ik wederom zeer verbaasd. Maar liefst
negen deelnemers van de veertien, waren van het vrouwelijke
geslacht. Als verwoed vogelaar, ik ben lid van de Dutch Birding
Association, was ik nooit eerder geconfronteerd met zoveel
vogelaarsters. De twee mannelijke gidsen trokken de verhouding
weer wat recht. Op het vliegveld van Madrid bleek dat het
gezelschap qua leeftijd zeer uiteen liep. Van juveniel tot
oude wijze uil was vertegenwoordigd. De twee gidsen waren
tevens de chauffeurs van de busjes waarmee we reisden. Nog
geen half uur na vertrek van het vliegveld, had ik de eerste
nieuwe soorten al te pakken: de zwarte spreeuw, de roodkopklauwier,
de blauwe ekster en de rode patrijs.
Overdag
was iedereen op z'n eigen manier met de natuur bezig. De één
liep bloemetjes en vlinders te determineren, en de ander speurde
het landschap af naar nieuwe vogelsoorten. Een volgende nam
wat zand mee in een zakje, voor z'n verzameling thuis. De
gidsen draaiden stenen om, om te kijken of er een salamander
dan wel slang onder zat. Zo zagen we in tien dagen tijd niet
alleen 165 vogelsoorten, maar ook herten, hazen, kikkers,
salamanders, hagedissen, slangen en vleermuizen. Ik was toch
vooral gekomen, om zoveel mogelijk nieuwe vogelsoorten te
kunnen noteren op mijn Europa-lijst, Dat zijn er zo'n veertig
geworden. Erg blij was ik met de Spaanse keizerarend, die
op nummer 1 stond van mijn verlanglijstje. Indrukwekkend waren
ook de drie verschillende gieren (vale gier, aasgier en monniksgier)
die we vliegend, etend en op het nest zittend, konden aanschouwen.
Maar ook met kleinere soorten, als de bergfluiter en de cirlgors,
was ik zeer tevreden. Als na drie dagen er al niemand meer
opkijkt als er een vale gier overvliegt, begrijp je wel hoe
vogelrijk dit gebied is.
Ondanks
de vele succesvolle excursies naar specifieke vogelsoorten,
zijn er toch twee aan mijn frusti-lijst toegevoegd. Op het
nippertje kon ik de griel er af halen, maar de zwarte tapuit
en de rode rotslijster hebben voorlopig hun plek verworven,
op deze lijst van lang gezochte, maar niet gevonden vogels.
Ook waren er een paar soorten, zoals de dwergooruil en de
moorse nachtzwaluw, die we vanwege het, onverwachte koude
weer, niet hebben kunnen traceren. De eerste twee dagen ben
ik verbrand, en de laatste twee dagen bevroren. Van 25 graden
met felle zon, naar rond het vriespunt met een sneeuwbui.
We zagen het ijsvogeltje in de zon, en de tapuit op het ijs.
We zagen de gieren rond de rotsen van Extramadura, de rotsmussen
op de Don Quichotte-molens van La Mancha, de flamingo's op
de laag gelegen zoutplassen en de citroenkanarie hoog in de
bergen.
Spanjaarden
eten laat en lang. Tijd genoeg dus, om de dag te evalueren
en elkaar beter te leren kennen. De discussies tijdens de
maaltijd gingen lang niet altijd over vogels. Alle denkbare
onderwerpen kwamen over tafel. Van sport tot politiek en van
muziek tot schilderkunst. Maar de vogels bleven immer de rode
draad. Tien dagen in de natuur. Tien dagen weg van de stad,
het werk,de radio, de televisie en de krant. Tien dagen alleen
maar natuurgeluiden. En de geluiden van je reisgenoten natuurlijk.
Deelnemen
aan een groepsreis is schipperen tussen aanpassen en jezelf
blijven. "Ik ben hoogleraar." "Oh ja?",
"Ik ben muzikant". "Ik ben vegetariër."
"Is er nog lamsvlees over?" "Ik vind wel dat
die wandeling wat lang duurde." "Zullen we morgenochtend
een uur vroeger opstaan?" "Nee, ik weet eigenlijk
niets van vogels" "Is dat niet de Iberische ondersoort
van bergboomkwartelfluiter?" Hoe verschillend ook wat
achtergrond, werk, kennis en leeftijd betreft, één ding had
ieder gemeen: de liefde voor de natuur.
Reisverslag
La Mancha en Cabañeros
27
april t/m 1 mei 2001
Door:
Mien van Erp (Anavibeet).
Reisleider:
Kees Woutersen.
De
groep bestond uit 8, allen leden van VWG Alkmaar en IVN of
KNNV. Een groep, net als de vogels die we te zien en te horen
kregen, van diverse pluimage. Als niet vogelaar was het bestuderen
van beide soorten een leerzame bezigheid. Maar zoals onze
gids Kees Woutersen ons gelijk bij aanvang duidelijk maakte:
“dit is een vogelreis”!!!! Gelukkig voor mij, maar ook voor
de rest, was het wel iets meer. Behalve dat het heel gezellig
was met z'n negenen bus in bus uit, viel er ook aan de planten
en verdere natuur veel te beleven.
In
de loop van de week hebben we op deze manier 3 specifieke
vogelgebieden bezocht; Extremadura, Cabaneros en La Mancha.
Ons tweede hotelverblijf bij Cabañeros is alweer een schitterend
onderkomen. 's Avonds aan het diner begint de vermoeidheid
zo toe te slaan, mede door de wijn , dat iemand meent vogels
te hebben zien vliegen waar nog nooit iemand van gehoord heeft.
Maar de bijeneters waren wel degelijk echt en wat waren ze
mooi. De volgende dag gaan we naar Parque National Cabaneros..
Hier stappen we over in een grote 4 wheel drive met nog een
aantal andere vogelkijkers. Behalve o.a. fouragerende
monniks- en vale gieren zien we ook edelherten en wilde zwijnen
met jongen. We horen de wielewaal. Op de terugweg alweer
een grijze wouw.
Op
zondag gaan we, samen met nog een behoorlijk
aantal Spanjaarden (we komen wat meer in de buurt van Madrid)
naar Parque National de los Tablas de Daimiel. Het kleinste
natuurpark van Spanje. Het is een meer met eilandjes die verbonden
worden door houten vlonders. Hier waren het vooral de reigers,
kleine zilverreiger, ralreiger en purperreiger en eenden,
krakeend, krooneend, tafeleend, die de aandacht vroegen met
als topper het woudaapje. La Mancha met zijn onafzienbare
wijngaarden en op elke heuvel in het vlakke land de bekende
Don Quichotte molens. Het weer houdt zich deze dagen bijzonder
goed en dat het ook anders kan merken we de laatste 2 dagen.
Aanvankelijk
is het nog wel zonnig zodat ons bezoek aan de zout- en zoet
watermeertjes in La Mancha niet in het water vallen maar warm
is anders. De wind giert door onze jassen en broeken. Desondanks
wordt er weer zeer veel moois en bijzonders waargenomen wat
betreft de watervogels zoals de geoorde fuut maar ik meen
begrepen te hebben dat hier de witkopeend het hoogtepunt was.
Voor mij was echter de stank van de meertjes het meest opvallend
en het feit dat de vogelaars zich er niets van aantrokken.
De allerlaatste dag brak aan en wie schets onze verbazing.
Sneeuw! We bezoeken nog een kasteel dat gesloten is vanwege
1 mei en ondanks de sneeuw en de kou observeren de
echte vogelaars nog een zwarte tapuit een rotsmus en horen
ze een griel.
We
laten ons snel door Kees in Madrid op het vliegveld afzetten
om op te warmen en ons broodje op te eten. Natuurlijk
kan ik niet alle 138 vogelsoorten opnoemen die we hebben gezien
maar voor de liefhebbers heeft Arie Tamis een volledige lijst.
Het
was een perfekt georganiseerde reis en alle lof voor Kees
Woutersen voor wie geen moeite teveel was om het ons naar
de zin te maken.
|
|
|

Route:
zie kaart.
Reisverslagen:
2011, 2005, 2002, 2001.
Soortenlijsten:
2011 en vijf lijsten 2000 t/m 2007.

Molens
van Don Quichot (foto: Kees Woutersen).

Nationaal
Park Cabañeros (foto: KW).

Nationaal
Park Cabañeros (foto: KW).

Nationaal
Park Tablas de Daimiel (foto: KW).

Kleine
torenvalk (foto: KW).

Scharrelaar
(foto: KW).

Kuifkoekoek
digiscoping (foto: KW).

Roodstuitzwaluw
bij Cabañeros (foto: KW).

Grote
karekiet (foto: KW).

Pioenroos
in Cabañeros (foto: KW).

Spaanse
pijpbloemvlinder (foto: KW).

Europese
waterschildpad in Nationaal Park Daimiel (foto: KW).

Nationaal
Park Cabañeros (foto: KW).
|