Spanje Reisbestemmingen - Pyreneeën & Ordesa

PYRENEEËN & ORDESA

 

Reisdata: niet in 2008

Prijs:€ nnb

 

Aantal verwachte vogelsoorten: 90-110.

Aantal verwachte vlindersoorten: 50-60.

8 dagen o.l.v. Kees Woutersen

 

Alpenweiden, kale rotsen, riviertjes, watervallen, bergmeertjes en natuurlijke bossen: de ruigste en indrukwekkendste natuur van de Spaanse Pyreneeën vinden we in en bij het Nationaal Park Ordesa en Monte Perdido. We maken rustige wandelingen in het koele hooggebergte. In de eerste uren wordt vooral naar vogels gekeken, met het warmer worden van de dag komen er vlinders bij. In Ordesa zijn maar liefst 131 soorten dagvlinders vastgesteld, opvallend zijn rouwmantel, parelmoervlinders en erebia. Alpiene vogels zijn waterpieper, rode rotslijster, alpenkraai en -kauw, alpenheggemus, waterspreeuw, citroenkanarie, ortolaan, beflijster en rotskruiper. De lammergier is alom aanwezig. En dan zijn er alpenmarmot, gems, Pyrenese beeksalamander enz.

Reisprogramma:

Dag 1. Aankomst, ophalen Barcelona

Vervoer naar de vallei van Bielsa, voor vijf overnachtingen in een familiehostal.

Dag 2. Alpenweiden Pineta

We doorkruisen het indrukwekkende beukenbos   en dan zijn daar de schitterende alpenweiden, vol bloemen en omringd door hoge bergtoppen.

Dag 3. Ibón: natuurlijk bergmeer

We bezoeken een Ibón, een natuurlijk bergmeer van de hoge Pyreneeën. We stijgen langzaam met de auto, tot aan het door zwarte dennen en rotswanden omgeven meer.

Dag 4. Escuaín

Vanuit het verlaten dorp Escuaín begint een wandeling op een langzaam stijgend pad , met uitzicht op de hoogste berg, Monte Perdido (3.350 m).

Dag 5. Omgeving Ainsa

Laag in de vallei, bij het Middeleeuwse dorp Ainsa leven andere vogels zoals bijeneter, hop, wielewaal, cirlgors en roofvogels bij een vuilstort.

Dag 6 Ordesa-vallei

We wandelen onder in de Ordesa-vallei, en bekijken de kilometerslange rotswanden van 300-1000 meter hoogte. Hier is de grootste waterval en staan de beste bossen. Twee oververnachtingen in Sarvisé.

Dag 7. Ordesa-miradores

We laten ons naar 2.150 meter hoogte brengen waar echte hooggebergteflora staat. Ver beneden ons Ordesa en boven ons Monte Perdido, dit is het indrukwekkendste landschap van de Pyreneeën.

Dag 8. Terugreis (retour Barcelona).


Praktische informatie vogel- en vlinderreis

Pyreneeën & Ordesa:

Reisdata: zaterdag 23 t/m zaterdag 30 juni 2007 (8 dagen).

Reissom: € 1025. Eénpersoonskamertoeslag: € 180.

Aankomt/vertrek: vliegveld Madrid, aankomst en vertrek in de middag (plm. 13.00 – 16.00 uur) tenzij anders afgesproken. Aanbevolen vliegmaatschappij: Transavia, Iberia, KLM.

Inclusief/exclusief: verblijf obv volpension (ontbijt, lunchpakket, avondeten), alle vervoer ter plaatse, alle excursies, Nederlandse reisleiding, alle entreegelden, informatiepakket over de te bezoeken gebieden . Exclusief: heen- en terugreis Spanje, evt. reisverzekering, fooien, souvenirs, eigen consumpties.

Vervoer in Spanje: 9-persoons busje.

Zwaarte: lichte en middelzware wandelingen (max. enkele   tot 10 kilometers), die u indien gewenst kunt bekorten.

Aantal deelnemers: tenminste 3 personen, maximaal 15 personen.

Accommodatie: f amiliehotels met douche/toilet op de kamer .

Klimaat: meestal zomerweer, rond de 20 ºC., vooral in de middag/avond mogelijk regen in de bergen.

Extra informatie: op aanvraag.

Opgaveformulier: klik hier.


De Belangrijke Vogelgebieden (IBA´s) van deze reis:

 

Ordesa - Bielsa (Aragón, 43.000 ha.): hooggebergte

Habitat: Dit is het meest spectaculaire rotslandschap van de Pyreneeën, met lange rotswanden van honderden meters hoogte en een top van 3.355 meter. In de dalen zijn middeneuropese en mediterrane bossen te vinden terwijl boven de boomgrens uitgestrekte alpenweiden liggen. Het koude klimaat in de lange winter zorgen er voor dat bijna alle vogels dan naar lagere streken verhuizen.

Ornithologisch belang: zes paar lammergieren plus een grote subadulte populatie in de winter, zwarte spechten, alpenkraaien en auerhoen zijn de belangrijkste soorten van de rode lijst. Algemeen zijn typische hooggebergte vogels zoals rotskruiper, sneeuwvink, alpenheggemus, citroenkanarie en alpenkauw, maar dat zijn geen bedreigde soorten.

Bescherming: Het grootste groot deel ligt in het Nationale Park van Ordesa & Monte Perdido.

p

 

p

Fotoalbum VLINDERS Pyreneeën & Ordesa, juli 2005 (Kees Woutersen).
Klik op het plaatje en u ziet het album.

K

Nestholte van de lammergier

(© Wouter van Kempen).

 

Zie hieronder het reisverslag 2003

en fotografisch verslag 2004

(foto´s © Kees Woutersen).

Zie ook het fotoalbum van de Broedvogelatlas van Ordesa (hoge Pyreneeën) op de homepage.

 

Fotografisch verslag 2004.

Dag 1.

Ons hotel onder La Peña Montañesa.

Dag 2.

Vallei van Pineta.

Dag 3.

Het bergmeer bij Plan.

Dag 4.

Het verlaten dorp Escuaín.

Dag 5.

Rivier  de Ara bij Aínsa.

Dag 6.

Torla, de poort tot Ordesa.

Dag 7.

Monte Perdido en Ordesa.

Dag 8.

Terugreis, retour Barcelona.

 

 

Fotografisch verslag 2004.

Dag 1.

Rode wouw.

Dag 2.

Citroenvink.

Dag 3.

Blauwwe ijsvogelvlinder.

Dag 4.

Spaanse muurhagedis.

Dag 5.

Grote boswachter.

Dag 6.

De vallei van Ordesa.

Dag 7.

Kees Woutersen op een van de miradores.

 

p

Fotografisch verslag  2004.

Dag 1.

Bechsteins vleermuis.

Dag 2.

Huiszwaluw op nest.

Dag 3.

Vroedmeesterpad.

Dag 4.

Gentiaan in de alpenweiden.

Dag 5.

Boerenzwaluwnest in Aínsa.

Dag 6.

Gehakkelde aurelia.

Dag 7.

Alpenkauwen.

Grote keizerlibel.

Reisverslagen

Reisverslag vogel- en vlinderreis Ordesa 2003



Door: Marie-Louise van Oppenraay (Amsterdam) en Arie Tamis (Bergen)

Dag 1.
"Nieuw" was deze vogel- en vlinderreis naar het Nationale Park van Ordesa & Monte Perdido in de hoge Pyreneeën. De gekozen periode (28 juni t/m 5 juli) was zeer geschikt voor de hooggebergtesoorten onder de vogels, de bloeiende planten en de vele vlindersoorten. Ondanks de lange droge warmteperiode, bloeide de bergflora uitbundig en kon er volop gevlinderd worden. Onder de voortreffelijke leiding van Kees Woutersen vertrokken we in de loop van de middag op 28 juni 2003 in een heerlijk koel busje. Met acht personen reden we uit Barcelona door een veel te warm Spanje naar ons eerste hotel aan de zuidkant van ons gebied. Vanaf ons terras keken we vijf dagen op de Rio Cinca. Een rivier waar we herhaaldelijk mee te maken zouden krijgen. De kennismaking tijdens deze rit met enkele stops verliep goed en de toon voor de verdere reis was gauw gezet. Een aantal deelnemers kende elkaar als vrienden of waren al eerder met Kees op stap geweest. Er waren twee vrouwen mee. Drie mensen waren tussen de zeventig en negentig jaar, de overigen waren jonger of deden zich zo voor. Er waren geen problemen door het leeftijdsverschil. Met veel kennis en vernuft van Kees was niemand een ander tot last en kwam iedereen aan zijn of haar trekken.

Voor enkelen tijdens het doorbrengen van enige tijd rond het vliegveld en voor allen leverde deze eerste dag al wat aardige soorten op zoals: koereiger, kleine zilverreiger, zwarte wouw, steltkluut, witgatje, bijeneter, zwarte spreeuw, graszanger, Europese kanarie, de monniksparkiet met als pronkstuk een slangenarend die zich goed liet observeren boven op een hoogspanningsmast.
Van de interessante vlinders vermelden we o.a. de rouwmantel, grote boswachter en bont zandoogje. Zoals gebruikelijk werd 's avonds vóór de voortreffelijke maaltijd in dit goede hotel geëvalueerd en de plannen voor de volgende dag besproken.

Dag 2.
Dag twee was onze eerste echte excursie. Conform ons programma reden we stroomopwaarts langs de Rio Cinca door de vallei van Pineta langs Lasarra. We zagen prachtige beuken- en dennenbossen. Natuurlijk stopten we vaak en niet alleen omdat het overal mooi was, maar vooral omdat het busje vol speurders zat. Zo ontdekte Kees Keyzer al rijdende een juveniele waterspreeuw boven de rivier en ons "vlinderechtpaar" Hettie en Fred, dwongen herhaaldelijk tot stoppen bij het ontdekken van bijzondere vlinders. Aan het eind van de vallei verlieten we het busje en liepen over een pad omhoog naar een bergweide bij de vallei Lalarri. Onvoorstelbaar mooi. Prachtige vergezichten. Een palet van kleuren door rotsen, bloemen en vlinders. Rondom vele watervallen en beekjes die de Cinca voeden. Steile rotswanden met grote vleesetende planten.
Hogerop zagen enkelen hun eerste lammergier en een citroenkanarie. Op een bergweide hebben we ons zeer uitgebreide lunchpakket tegen een al te opdringerig paard moeten verdedigen. Met spoed ons boeltje gepakt en over een smal rotspaadje afgedaald naar een lager gedeelte. Hiervan had het paard niet terug. Grappig dat er zo hoog in de naaldbossen nog tuinfluiters, zwartkoppen en vinken te horen waren. Maar buiten de vele ons welbekende soorten ging de aandacht toch vooral uit naar de zwarte- en rode wouw, lammergier, aasgier, vale gier, slangenarend, alpengierzwaluw, rotszwaluw, waterpieper, grote gele kwikstaart, zwarte roodstaart, grauwe klauwier, zwarte spreeuw, alpenkauw en cirlgors.
De oogst van de vlinders was hoog deze dag o.a. koningspage, groot koolwitje, groot en klein geaderd witje, boswitje, oranjetipje, de schitterende oranje luzernevlinder, dagpauwoog, distelvlinder, keizersmantel, verschillende parelmoervlinders, erebia's en blauwtjes, kolibrievlinder, St.Jansvlinder, Spaans oranje zandoogje, hooibeestje, argusvlinder, kommavlinder en het dambordje.……………………….. Een topdag!

Dag 3.
De derde dag zoals gewoonlijk weer vroeg op om rond negen uur te kunnen vertrekken. Het goede ontbijt (op z'n Spaans) duurde nooit lang. Vervolgens je spullen pakken, het lunchpakket weggrissen en naar het busje. Deze ochtendhaast was positief want iedereen wilde er zo vlug mogelijk op uit. Deze dag naar een Ibón, dat is een natuurlijk bergmeer. Maar daar rijd je niet zomaar naar toe. Veel geslinger weer en onderweg vogelen en vlinderen. Zo zagen we o.a. de volgende nieuwe vlindersoorten: citroenvlinder, grote boswachter, bruin zandoogje, tweekleurig hooibeestje, veldparelmoervlinder en de zeldzame prachtige blauwe ijsvogelvlinder.
Langzaam, al cirkelend zagen we het laatste dorpje, hemelsbreed ongeveer 25 km ten noordoosten van ons hotel steeds kleiner worden.
In het bos nog een eekhoorn en we hoorden voor het eerst een beflijster zingen, Twee lammergieren boven een bos, vlogen even later naar hun nestholte in een geweldige rotswand. Op het laatst weer lopen over een rotsblokkenpad in een bosgebied naar het meertje. Weer een eekhoorn en nu overal beflijsters, ook met jongen. Kees vond natuurlijk de eerste Pyreneese beeksalamander. Later, op het geluid afgaande ontdekten we twee vroedmeesterpadden. Een anderhalve meter dikke sneeuwlaag als restant van een lawine werd nog door enkelen bezocht waarna we een lunchplekje opzochten.
Een wonder, dit meertje zo hoog tussen de laatste dennen en hoge rotswanden. Kleine beekjes die er op uit kwamen door een nat/dras gedeelte met ca 50 citroenkanaries. Verder die dag een vijftig vale gieren en onze eerste steenarend. Ook de rotszwaluw, grote gele kwikstaart, vuurgoudhaan, grauwe klauwier, alpenkouw, alpenkraai, raaf, Europese kanarie, kruisbek, cirl- en gele gors. En vlinders als groot geaderd witje, oranje luzernevlinder, distelvlinder, donkere erebia, kommavlinder, kolibrivlinder en vele andere. Een zeer gezellige dag die weer voldaan en gezellig afgesloten werd aan de dis en op ons terras.

Dag 4.
Dag vier begon en eindigde met de verjaardag van Arie.
We zouden een bezoek brengen aan twee verlaten dorpjes. Er zijn er vele in deze streek. Hoewel nu goed te bereiken over een geasfalteerd weggetje en ontsloten, kropen er in de jaren tachtig kinderen schuw weg volgens Kees. Na de zomervakantie terug naar de kostschool, werden zij ontluisd en gedoucht. Ons eerste dorpje lag hoger in de heuvels en was vanuit ons hotel te zien. Een paradijsje met een mooi uitzicht en veel mussen (!), hetgeen duidt op enige bewoning die we overigens niet te zien kregen. Wel een schaap achter een zolderraam. Het dorpje lag op ongeveer 1.100 meter hoogte.
Vijf kilometer noordelijker lag het volgende dorpje. Daar bevond zich zowaar een klein bezoekerscentrum en een natuurpad gedeeltelijk langs een diepe kloof waarin een klein riviertje stroomde. Vervolgens wandelden we vanuit het dorpje over een landweggetje omhoog tot in een bergweide, Betoverend mooi, koeien met bellen, een oude schuur, heuvels en uitzicht. De Monte Perdido (3.350 m.) met een kruin van sneeuw. We zagen vijf lammergieren. Of waren het er zes? Gelukkig kwam ook Hetty op deze idyllische plek terecht.
We reden zuidwaarts met de nodige stops naar Ainsa, een klein stadje, 10 km. Daar bezochte we een oud fort, een eco-museum met een roofvogel en uilenopvang en zaten daar op een terras aan een verjaardagsdronk. Deze dag zeven soorten roofvogels. Nieuw waren de holenduif, groene specht, oeverzwaluw, roodborsttapuit met jongen en de bergfluiter. Ook mussenpaartjes die (lege) nesten van boerenzwaluwen hadden gekraakt.
Het was tevens een zeer vlinderrijke dag. Nieuwe soorten waren spaanse eikenpage, wegedoornpage, dwergblauwtje, esparcetteblauwtje, kleine boswachter, bont zandoogje en de glasvleugelpijlstaart.

Dag 5.
Dag vijf zou een rustige vogel/vlinderdag worden aan de oever van de Cinca wat lager in de vallei bij ons Middeleeuwse dorp Ainsa. Het pakte anders uit. O ja, eerst wel, na koffie in Ainsa heerlijk op vlak terrein langs akkertjes, graslandjes, bosranden en stenige oevers. Hetty en Fred, de vlinderaars, op hun best. Enkele bosbeekjuffers, een rode wouw met jongen en Marie-Louise hoorde haar eerste wielewaal, die overigens enkele afwijkender geluiden liet horen dan in Holland. Nog steeds de zang van de nachtegaal.
Vervolgens weer omhoog langs Boltaña waar Kees een poosje woonde, richting Tella. Een prachtig gebied met uitzicht op bergwanden die waren overgoten met een schitterend geel van een heidehoge stekelige plantensoort, waarvan we alleen de Spaanse naam te horen kregen. Aanvankelijk gewoon een weg met rechts rotswanden en links een vangrail waar achter de Cinca stroomde. Toen liepen we vast in een kudde van meer dan 3.000 schapen op weg naar het hooggebergte. In Tella bezochten we een soort museum waar we een namaakholenbeer op ware grootte bewonderden. Kees had geregeld dat we met een Spaanse gids een bezoek zouden brengen aan een zeer lange grot waar aan het eind in een metersdikke sedimentlaag de resten van holenberen werden opgegraven. Een moeilijk pad omhoog. Dan helmen en lampjes op en naar binnen. Het eind van de grot was eens zo'n 17.000 jaar geleden de in- en uitgang, maar dichtgeërodeerd. Sommigen bleven liever buiten de grot en gingen intussen vogelen of bloemen fotograferen.
Onze Spaanse gids hield een lang verhaal dat wel ergens over ging. Dat merkte je aan de enthousiaste vragen van een klein jongetje. Totdat Cor zich niet langer in kon houden en vroeg, wat wij allen ook graag wilden, n.l. botten in onze handen. Geen probleem. Niets vitrine in een museum nu, maar zomaar een grote tand en andere botten in onze handen houden. Geweldig!
Op weg naar huis, met toestemming, een vuilstortplaats bezocht. Dat leverde niet veel op. Wel in de buurt veel raven en zwarte wouwen, wachtend in bomen op verse aanvoer. Onze vogellijst werd uitgebreid met dwergarend, oeverloper, hop, tapuit, roodkopklauwier, Provençaalse grasmus.
Wat de vlinders betreft waren het moors blauwtje en oranje zandoogje nieuw. Vandaag niet veel vlindersoorten gezien. Toch een zeer belevingswaardige dag.

Dag 6.
Dag zes werd om praktische redenen gewisseld met dag zeven. We pakten onze spullen in om dit prettige hotel te verlaten en reden richting Sarvisé waar we de twee laatste nachten zouden slapen. Nu reden we echter door om via Broto en Torla het busje op een parkeerplaats te ruilen voor een pendelbus die ons de Ordesavallei inbracht tezamen met tal van bergwandelaars en dagjesmensen.
Het "bergvolk" liep door tot aan Circo deCotatuero in oostelijke richting, om vervolgens met een scherpe bocht terug, maar over een zeer smal pad, omhoog te lopen. Boven de boomgrens nog een alpenmarmot boven ons gehoord. Hier kregen we echt bewondering voor de twee gezworen vogelvrienden. Jan en Huib die hun telescopen meezeulden terwijl je bijna nergens een statief kon plaatsen. Overigens hebben we mooi op al onze excursiedagen gebruik mogen maken van hun scopen. Kees ontdekte wat lager onder een waterval achter een rotsblok nog een Pyreneese beeksalamander. Het was een bijzondere wandeling. Niet veel vogels en vlinders deze dag. Gewone soorten als grote lijster, glanskop, zwarte mees, boomvalk, goudvink en boven alpenkouw en -kraai.
Over de hele dag natuurlijk veel meer soorten. De bijzondere wandelingen maakte natuurlijk alles goed. In de huiskamer van ons hotel zagen we de digitale foto's en video terug van onze reis tot dan toe.

Dag 7.
De zevende dag was onze laatste echte excursiedag. We reden even voorbij Torla, zigzaggend door prachtige bossen en mooie bergweiden omhoog. Niet naar Góriz zoals in het programma vermeld staat maar naar verschillende miradores (uitkijkpunten) aan de rand van het ravijn met een prachtig uitzicht op besneeuwde toppen en de Ordesa vallei onder ons. In het bos nog een zwarte specht horen roffelen en in de boomgrens twee prachtige alpenmarmotten. Er werd weer volop gevlinderd en dat leverde nieuwe soorten op als geelsprietdikkopje, rotsvlinder en de gewone glanserebia, maar ook de mooie blauwe ijsvogelvlinder was weer van de partij.………….. Het langst verbleven we op een uitkijkpunt aan de rand van een zeer diepe afgrond. Vanaf 2.233 meter keken we over de vallei met edelweiss naast ons. Ons paadje op de helling aan de overkant was niet te ontdekken. Weer een slangenarend en twee steenarenden en achter ons op de alpenweide een waterpieper met jongen. Plotseling, direct in onze nabijheid een zingende alpenheggemus. Onder ons op een smalle rotsrichel in de schaduw, een aantal gemzen, soms van wat grassprietjes etend.
Onder het lunchen schoot er plotseling een sneeuwmuis langs. We zaten boven de broedplaatsen van alpenkauwen en -kraaien. Toen we verder reden kwamen we ze gemengd in groepjes tegen in de alpenweide, zoals bij ons kauwtjes en kraaien. We reden in een grote afdalende boog langs Nerin terug naar huis.
Onderweg genietend van het mooie berglandschap met overal bloemen. Op een soort weilandje een zeer grote gele gentiaan. Soms ver weg, maar ook op ons pad, schaapskudden. Jammer dat dit de laatste dag was.

Dag 8.
Dag acht was onze terugtocht. Door het gespreide vertrek van sommigen hebben enkelen van ons nog wat aan de kust rondgehangen, maar het was eigenlijk te warm. Wie denkt dat maar zes echte excursiedagen wat weinig is, heeft gelijk. Maar alle hoogteverschillen met de vele biotopen, het zeer intensieve speuren, het bezoek aan terrasjes als het mogelijk was, ook de goede contacten onderling, de sfeer en stemming, dat alles is niet echt in dit verslag te vatten.
Neem daarbij de goede en gezellige diners met prettige gesprekken, hoewel soms met een hoog zwamgehalte, dat alles maakte deze reis in zijn totaalbeleving niet alleen de moeite waard, maar ook vermoeiend. Het weer was prachtig, soms wat warm. Volgens Kees zeldzaam, zoals wij het dan beleefden.
Bij de oogst van maar honderd vogelsoorten, gaat het in de bergen om de kwaliteit. Veel mediterrane soorten kun je hier niet verwachten. Toch was 30% van de soorten interessant tot zeer interessant. Alleen al twaalf roofvogelsoorten waarvan drie gieren, drie arenden en twee wouwensoorten. De vlinders deden het naar verhouding misschien beter, maar het was dan ook meer vlindertijd dan vogeltijd.

Deze reis was niet alleen zeer de moeite waard, maar onder leiding van Kees Woutersen ook bijzonder. Blijft echter het raadsel dat hij je op vernuftige wijze de rode rotslijster, ortolaan, sneeuwvink en rotskruiper wist te onthouden.

p