Lezen

Boeken

Atlas of the Birds of Huesca

Ordesa: Atlas of the Birds

Guía de las Aves del Pirineo

Bats of High Aragón (N Spain)

Fieras: Geschiedenis fauna Aragón

Guía de las aves del Pirineo

Guía de los mamíferos, anfibios y reptiles del Pirineo.

Bestellen
De vogelatlas van de provincie Huesca (1998, N Spanje, 327 p.) en de broedvogelatlas van Ordesa (2002, 196 p.), beide in de Spaanse en Engelse taal, kunt u bestellen voor € 25 + € 5 verzendkosten.

Te bestellen via Birdsounds.nl, tel. 0595 52 86 79

Voor de uitgever Editorial Pirineo heeft Kees Woutersen twee determinatiegidsen geschreven in de Spaanse taal: een vogelgids (Guía de las Aves del Pirineo, 2004) en een gids over zoogdieren, amfibiën en reptielen (Guía de los mamíferos, anfibios y reptiles del Pirineo, 2005). Deze kunt u verkrijgen op een van de vele verkooppunten in de Pyreneeën, bij www.editorialpirineo.com of via info@aragonnatuur.com.

Artikelen

p

Klik op onderstaande titel en lees het artikel dat gepubliceerd is in Vogels, Vogeljaar, SOVON-nieuws, Natura (KNNV), de Takkeling of Zoogdier:

- Nieuws over Spaanse vogels -

- Na sluiting Muladares in de Pyreneeën: Gieren vallen dood van de honger, april 2007

- De Vale Gieren van Riglos 2005

- Knobbelmeerkoet terug in Spanje 2005

- IBA´s in Spanje 2004

- Vogels van Midden-Spanje 2004

- Vogels kijken in Spanje 2002

- De Vogelatlas van Ordesa 2003

- De lammergier in de Pyreneeën 2003

- Rode wouwen in Spanje 2001

- Antidoto: het programma tegengif 2001

- Spaanse Pardellynx 2001

- Vogelatlas Huesca 1998

k

´Where the birds are in northeast Spain´ beschrijft exact waar u de interessante vogels kunt vinden. Klik op het plaatje, bekijk het boek en bestel het via de auteur Steve West.

Links

Kijk naar onze filmpjes vale gier en lammergier op muladar, voerplaats en boerderij:

www.youtube.com/user/ARAGONNatuurreizen

VOGELS & NATUUR:

SEO/BirdLife (Spaanse Vogelbescherming)

FAB: Fondo Amigos del Buitre (Gieren in de Pyreneeën)

Fundación Quebrantahuesos (Lammergier, Engels)

Atlas Identificación Aves Aragón (Uitzonderlijke fotoverzameling vogels van Aragón)

European Crane Working Group (Europese kraanvogels)

FLYINGOVER.NET (Zwarte ooievaars via saleliet)

Wild-Spain (nieuws over de Spaanse natuur)

SECEM (Spaanse zoogdieren)

SECEM Zoogdierenatlas (Zoogdierenatlas Spanje)

SECEMU (Spaanse vleermuizen)

AHE herpetologia (Amfibiën & Reptielen)

SEATURTLE (Zeevogels en zeeschildpadden via satelite)

NATUURGEBIEDEN SPANJE:

Parques Nacionales (Nationale Parken Spanje)

Natural de Aragón (Natuurparken, flora en fauna van Aragón)

ORDESA (Nationaal Park Ordesa & Monte Perdido)

Los Monegros (Steppengebied Monegros, Aragón)

Belchite, El Planeron (Steppen van Belchite & Dupont´s leeuwerik)

Delta del Ebro (Ebro Delta)

ATLAS OF THE BIRDS OF HUESCA (1998)

 

 

BATS OF HIGH ARAGON

(N SPAIN, 2001)

 

ORDESA & M. PERDIDO: ATLAS OF THE BIRDS (2002)

 

 

 

 

 

FIERAS RAPIÑA Y CAZA:

´DE FAUNA VAN ARAGON IN DE HISTORIE´ (2000)

GUÍA DE LAS AVES DEL PIRINEO (2004)

 

 

GUÍA DE MAMÍFEROS, ANFIBIOS Y REPTILES DEL PIRINEO (2005)

P

omhoog

Achteruitgang van de Vale Gier in Spanje

p

 

Gepubliceerd in Het Vogeljaar juli 2007

 

Door : Kees Woutersen

 

De groei van de populatie Vale Gieren Gyps fulvus in Spanje is de laatste tientallen jaren spectaculair geweest. De eerste nationale telling in 1979 kwam uit op ongeveer 3.240 broedparen, in 1999 was dit aantal toegenomen tot 22.455 en ook daarna ging de groei maar door. In 2006 is echter voor het eerst een teruggang ingezet. De belangrijkste reden daarvoor is voedselgebrek. Sinds een aantal jaren bestaan er Europese regels die verplichten om het opruimen van kadavers van vee te reguleren. Het belangrijkste voedsel voor de Vale Gier in Spanje zijn kadavers van varkens, schapen en koeien. Als deze dieren stierven werden ze altijd in het veld achtergelaten of naar traditionele ‘Muladares' gebracht. Ieder dorp in Spanje heeft zo'n vaste plek om dood vee te dumpen, waar dat dan netjes en gratis wordt opgeruimd door gieren en andere aaseters. Iedereen gelukkig dus. Maar dat mag nu niet zomaar meer. De zelfstandige regio's – de Autonomias verantwoordelijk voor de verdere invulling en uitvoering van deze regelgeving – zijn hier sinds enkele jaren hard mee bezig. Dat betekent dat er in sommige regio's in de praktijk nog niets is gebeurd, zoals in Andalucía in het zuiden, maar dat andere regio's, zoals Aragón in het noorden, inmiddels zeer strenge regels hebben gemaakt. Sinds begin 2006 worden deze regels ook uitgevoerd en dat betekent dat het verboden is dood vee te dumpen op straffe van een hoge boete. Alle boeren hebben een plastic container gekregen, alles moet naar een destructiepunt en er wordt ook daadwerkelijk gecontroleerd. De veehouder krijgt een hoge boete als er een kadaver van hem in het veld wordt gevonden. De achteruitgang van de Vale Gier is al op enkele plekken duidelijk te zien, zoals bij Riglos. De grote kolonie bij Riglos in de Pyreneeën (zie het Vogeljaar 53 (2005): 243-248.) had gemiddeld 92 broedparen en 58 vliegvlugge jongen in de jaren 2000-‘02, in 2006 waren dat 74 paar en 38 jongen en in 2007 nog maar 40 paar en 16 jongen.

 

Door voedselgebrek is ook het gedrag van de Vale Gier veranderd. Ze komen nu veel eerder dichtbij veefokkerijen, ongekend grote aantallen blijven hier op een dood beest wachten, ze gaan in groten getale op de daken zitten en komen zelfs op het erf en in de stal om ziek of gewond vee aan te vallen. Boeren raken in paniek en grote stukken verschijnen in de kranten. Bij nader onderzoek blijken het dan verwilderde honden te zijn geweest die de schapen als eerste hebben aangevallen, maar toch. Regelmatig wordt nu gezien dat Vale Gieren in het open veld blijven slapen en niet meer teruggaan naar de veilige rotswanden in de bergen om te overnachten. Bij vogelopvangcentra zijn veel meer verzwakte jonge gieren binnengebracht dan andere jaren. Zo vond een boswachter in de Ebrovallei in enkele dagen zestig verzwakte jonge gieren die niet meer de lucht in konden komen. In december 2006 werden vijfhonderd Vale Gieren op een vuilnisbelt bij Egea (Aragón) gezien die tussen plastic naar eetbaar afval zochten. De Ooievaars die dit normaal altijd doen, stonden op een afstand te kijken. Het is duidelijk dat veel Vale Gieren in Spanje honger lijden. Op veel plekken zijn vogel- en natuurbeschermers acties aan het voeren of aan het voorbereiden om dit probleem in goede banen te leiden. In de regio La Rioja is alles prima geregeld met een vergunningstelsel voor particuliere boeren wier bedrijven ziektevrij zijn en een aantal door de overheid gecontroleerde dumpplaatsen. In Aragón probeert een in aaseters gespecialiseerde groep – Fondo Amigos del Buitre ( http://www.fondoamigosdelbuitre.org ) – met publiciteit en het verzamelen van harde feiten het publiek en de politiek wakker te schudden. Daarbij komt hulp uit onverwachte hoek. Niet alleen de boeren vinden dat er onmiddellijk wat moet gebeuren, ook de jagers vinden het te gek dat de gieren honger lijden. Hoe gaat de toekomst eruit zien? We hebben goede hoop dat er uiteindelijk redelijke vergunningstelsels komen, maar het voedselaanbod voor aaseters in Spanje zal nooit meer zo groot worden als het was. Daarnaast zijn er nog twee andere serieuze problemen waar moeilijk iets aan te doen is. Het uitleggen van gif wordt maar niet minder (zie het Vogeljaar 49 (2001): 8-11.) en sinds vijf jaar zijn de windmolenparken als paddestoelen uit de grond geschoten. Sommige windmolenparken zijn ware gehaktmolens, want ze staan op vliegroutes van Vale Gieren en maken tientallen slachtoffers per jaar. Groene stroom is in Spanje heilig en niemand wil hierover praten. Na tientallen jaren van ongekende groei zullen we moeten wennen aan een kleinere populatie Vale Gieren, op welk niveau het uitkomt weet niemand.

 

* Kees Woutersen, C/Ingeniero Montaner 4-1-C, 22004 Huesca, Spanje; internet: http://www.aragonnatuur.com.

 

Foto : Een jonge Vale Gier wordt vrijgelaten aan de voet van de Pyreneeën.

Na sluiting van Muladares in de Pyreneeën:

Gieren vallen dood van de honger

p

Door: Bert de Jong, gepubliceerd op 7 april 2007 in het Noordhollands Dagblad, Haarlems Dagblad, Leids Dagblad, Gooi- en Eemlander.

 

In 2000 waren er nog een slordige 200 zogeheten 'Muladares'. Vaste plekken in de omgeving van dorpen, waar de veehouders hun dode beesten neer konden leggen. De gieren ruimden ze op. Deze voerplaatsen zijn allemaal gesloten. De gevolgen zijn rampzalig. Kees Woutersen is er woedend over. De ex-Alkmaarder woont in Huesca, schreef een handvol boeken over flora en fauna in de Pyreneeën, en runt een reisorganisatie gespecialiseerd in natuurtrips. Hij vertelt: ,,In de Riglos, onderdeel van de Aragonese Pyreneeën, broedden vijf jaar geleden 92 paar vale gieren, die 58 jongen groot brachten. Dit jaar doen slechts 40 paar een broedpoging, zonder succes. Ze zijn te zwak om eieren te leggen. Een andere broedkolonie, bij Guara, telde in 1999 nog 89 broedparen met 75 groot gebrachte jongen. Dit voorjaar telde ik 15 broedparen, zonder jongen.'' Twee voorbeelden die de ernst van de situatie illustreren.

 

Koloniebroeders

Gieren zijn de favoriete vogels van Woutersen. ,,Weet je dat ze honderden kilometers per dag af kunnen leggen om aan voedsel te komen, en dat ze een kadaver in luttele minuten tot op het bot kaal vreten? Het zijn bovendien koloniebroeders. Dat maakt ze voor mij extra interessant. In Nederland was ik gespecialiseerd in meeuwen, eveneens koloniebroeders.'' Woutersen schreef een boek over meeuwen die in Alkmaar op daken gingen broeden na de komst van vossen naar de duinen.

 

Samen met de boeren in Aragon knokt Woutersen nu voor heropening van de Muladares. ,,Dankzij die voerplekken kwamen de boeren op een goedkope wijze van hun dode vee af, met name schapen. Die voerplekken zijn vaak eeuwenoud. Op het platteland had vrijwel ieder dorp er eentje.'' En de gieren waren verzekerd van voldoende voedsel. Een mooi staaltje samenwerking. Hoe anders is de situatie thans. Kees verhaalt over door honger verzwakte vale gieren, die niet eens meer kunnen vliegen. Die zich eenvoudig laten vangen. Ze worden in vogelopvangcentra opgelapt. De vogels na het revalideren weer loslaten heeft op dit moment echter geen zin, gelet op de voedselschaarste.

 

De voor de gieren fatale Aragonese wet is een uitvloeisel van aangescherpte Europese regelgeving inzake het voorkomen van besmettelijke veeziekten. Zonder enige vorm van inspraak of overleg met natuurorganisaties en de boeren zijn de Brusselse directieven in Aragon vertaald in een regionale wet, die volgens Woutersen veel strenger is dan noodzakelijk. ,,Het had best anders gekund, Europa laat daar ruimte voor. In dat geval moet 4 procent van de kadavers die naar Muladares gaan getest worden op besmettelijke veeziekten. Worden die niet aangetroffen, dan kunnen de voerplaatsen gewoon open blijven. Voor die aanpak is bijvoorbeeld gekozen in een andere Spaanse regio, Rioja.'' De deur voor de voerplaatsen is door Brussel bewust op een kier gelaten, omdat de meeste aasetende roofvogels in Europa ernstig worden bedreigd. Naast vale gieren gaat het onder andere om aasgieren, lammergieren, rode en zwarte wouw. Brussel steekt miljoenen euro's in programma's voor bescherming en herintroductie van deze roofvogels.

 

Over de besluitvorming in de Pyreneeën regio velt Woutersen een hard oordeel. ,,Het regionale politieke systeem wordt gekenmerkt door arrogantie en vriendjespolitiek. Dat zou in Nederland niet meer kunnen.'' Er is in 2005 een bedrijf opgericht voor het ophalen en verwerken van dood vee. Die firma heeft een monopolie. Boeren mogen alleen met dat bedrijf zaken te doen, er is geen concurrentie. ,,Ze kunnen zich tegen de ophaal- en verwerkingskosten verzekeren voor 18 euro per schaap per jaar. In Aragon levert dat 40 miljoen euro premiegeld per jaar op. Ik vrees dat een flink deel in de zakken van de politieke elite verdwijnt.''

 

Boeren zijn mordicus tegen de wet, ze vrezen scherpe verhoging van de premies. Toch durven ze geen kadavers meer in het land te laten liggen. ,,Er is veldpolitie die streng controleert. Hangt er ergens een wolk uitgehongerde gieren boven het land, dan weten de agenten dat er beneden een kadaver ligt. De boer krijgt een rechtszaak aan de broek,'' aldus Woutersen.   Hongerige gieren storten zich de laatste tijd wanhopig op nog levend vee. ,,Er zijn inmiddels honderden schapen gedood. Er gaat geen week voorbij zonder aanvallen. Bij één boer stortte een groep vale gieren zich bij de boerderij op een nageboorte van een schaap. De schaapskudde bevond zich in een door hekken omgeven kraal, de dieren raakten hevig in de stress. Gieren zijn met een vleugelspanwijdte van 2,5 meter ook imponerende vogels. In de kraal kwamen door de paniek in één keer 300 schapen om het leven. Ze drukten elkaar dood.''

 

De gierenmisère komt op een moment dat het deze vogels juist weer beter ging in Spanje. Tachtig procent van de Europese vale gieren leeft op het Iberisch schiereiland. Aragon fungeert als bolwerk voor deze aaseters. Ze spelen als opruimers een essentiële rol in de natuur en genieten volledige bescherming. Vale gieren uit Aragon worden gebruikt in verschillende herintroductieprogramma's, onder andere in de Alpen. Deze projectvogels zijn tijdens zwerftochten af en toe ook een poosje te gast in Nederland.

 

Verdomhoekje

Aasetende roofvogels zaten in Spanje heel lang in het verdomhoekje. Zo legden Spaanse boeren tot ver in de jaren zeventig van de vorige eeuw massaal aas uit, besprenkeld met het zeer giftige strychnine. Niet om gieren te doden, het ging in de eerste plaats om wolven uit te roeien. Maar gieren aten er ook van en stierven. Hoewel minder dan voorheen wordt er overigens nog steeds giftig aas uitgelegd, nu gericht op het doden van vossen en verwilderde honden, weer met gieren als onbedoelde slachtoffers. Een kwart eeuw geleden waren er nog slechts enkele duizenden gieren over. Bescherming en vermindering van de gifpraktijken leidden tot een opmerkelijk herstel. De Spaanse populatie vale gieren werd recent op 22.000 broedparen geschat. Woutersen weet zich in de strijd voor heropening van de Muladares gesteund door een aantal Spaanse natuurbeschermers, en door de bergboeren en hun schaapskuddes. Ook die willen terug naar de oude situatie.

Hoe nu verder? Woutersen: ,,Onze strategie is gericht op Brussel. Dáár moet de oplossing vandaan komen. Het kan toch niet zo zijn dat de EU de regionale overheid in de Pyreneeën ongemoeid laat, als hun kostbare natuurbeschermingsprogramma's gefrustreerd worden.''

 

p

 

De Vale Gieren van Gyps fulvus van Riglos

 

Gepubliceerd in Het Vogeljaar 2005 nr. 53 (6), pp 243 - 246.

Door: Kees Woutersen

p

Riglos, in de Spaanse Pyreneeën, is één van de bekendste plekken om gieren te bekijken. De honderden meter hoge roestrode rotswanden zijn beroemd bij wandelaars, klimmers en vogelaars. Op ieder moment van de dag vliegen er Vale Gieren Gyps fulvus .

 

De kolonie

Bij mijn eerste bezoek aan Riglos, in 1979, leek het dat er honderden en honderden gieren rondvlogen. Bij nadere beschouwing waren het er iets minder, maar ja deze vogels met een spanwijdte van ruim 2,5 m leken de hele lucht te vullen. Ook bleken ze niet op alle delen van de rotswanden te broeden. In de hoge rotsen boven het dorp maken ze hun nest in kleine grotjes, goed beschermd tegen weer en wind. Een grote kolonie ligt enkele kilometers verder naar het oosten en is te bereiken via een goed pad, dat onder de rotsen loopt. Hier aangekomen kijk je tegen een enorme rotswand. Daar broeden de Vale Gieren op platformpjes. Slechts voor enkele paren is er plaats in een grotje. Vanaf de grond kun je de nestplaatsen goed zien zitten. Vooral als je er een goede telescoop op richt.

Er is echter een nog veel betere observatieplek. Dat is de bovenkant van de rotspunt tegenover de kolonie. Vanuit Riglos kun je hier niet komen. Eerst moet je terug naar Ayerbe, daar de richting Loarre kiezen, dan de afslag nemen naar Sarsarmarcuello en vervolgens de onverharde weg ingaan. Deze begint in het dorp en gaat dan verder omhoog. Meestal is hier een terreinwagen nodig, afhankelijk van de staat van onderhoud van deze steenslagweg. Na enkele kilometers staat ´SAFARI´ aangegeven (naar links). Deze weg volgend kom je bij de rotspunt.

Het aantal vale gieren

Zelf heb ik Riglos vogels geteld in 1986 en in 1989. Van 1999 zijn er gegevens van de landelijke telling. Sinds het jaar 2000 bezoek ik de rotspunt bij Safari jaarlijks omstreeks eind februari om het aantal broedparen in de grote kolonie te tellen. De meeste gieren hebben dan eieren. Rond 1 juli volgt een tweede bezoek om het aantal grote, nog niet vliegvlugge jongen te tellen. Met deze gegevens kan het broedsucces bepaald worden. Deze jonge Vale Gieren zijn in juli al net zo groot als hun ouders, maar ze zijn toch makkelijk te herkennen aan de egaal donker loodgrijze snavel en de halsband van kleine bruine veertjes. Volwassen vogels hebben een witte halsband. Bovendien hebben de jongen een donkerbruin en nog geheel schoon verenkleed, ze hebben nog niet in een kadaver gezeten.

Uit de tellingen bij Riglos blijkt een flinke vooruitgang: in 1986 waren er 55 paren, in 1989 ongeveer 95 paren en in 1999 152 paren. Deze stijging komt overeen met de groeifactor van de hele Spaanse populatie. Die elke tien jaar meer dan verdubbeld. Er waren 3.240 paren in 1979, circa 8.000 paren in 1989 en 22.455 paren in 1999. Afschot en het uitleggen van gif had de Spaanse populatie Vale Gieren tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw laag gehouden. Het plafond van de huidige groei is nog steeds niet in zicht. Zowel broedgelegenheid (rotswanden) als voedsel (vooral dood vee) zijn blijkbaar geen beperkende factoren.

 

De grote kolonie

Mijn tellingen vanaf Safari van Vale Gieren die een nest hebben op de grote kolonie varieerde van 73 tot 113 paar (Tabel 1).

 

Tabel 1 - Aantal broedparen van de Vale Gier op de grote kolonie in Riglos.

Jaar                broedparen             vliegvlugge jongen               broedsucces

2000                     73                              60                               82%

2001                     90                              65                               72%

2002                    113                              67                               59%

2003                     80                              46                               58%

2003                     95                              44                               46%

 

Opvallend is dat het aantal paren dat start met broeden van jaar tot jaar sterk varieert. Er zijn nog heel veel andere kolonies dicht in de buurt en ik denk dat er veel uitwisseling plaats vindt tussen de verschillende rotswanden. Aan de zuidrand van de Pyreneeën, op minder dan een uur vliegen van Riglos, broeden rond de drieduizend paren Vale Gieren. Verder is het verontrustend dat het broedsucces de laatste jaren sterk is afgenomen. Niet alleen het aantal jongen per paar is sterk afgenomen. Ook het aantal jongen dat de kolonie grootbrengt is de laatste twee jaar veel lager. We hebben in Riglos niet gekeken of er ook subadulte vogels meedoen aan het broedproces maar in andere kolonies in Spanje is dit wel geconstateerd (Blanco, Martínez & Traverso 1997). Bij die kolonies is gezien dat een deel van de broedparen waarbij subadulte vogels betrokken zijn in het geheel geen eieren legt en dat het broedsucces er veel lager is dan bij paren met twee adulte vogels. Waarschijnlijk heeft dit verschijnsel ook zijn invloed op de grote kolonie bij Riglos. Indien dit juist is zou dus het aantal subadulte vogels in Riglos toegenomen moeten zijn. Er is echter ook een andere mogelijk oorzaak. In november 2002 is 30 km. ten zuiden van Riglos namelijk een windmolenpark geopend waar inmiddels al ruim 150 dode Vale Gieren zijn gevonden (mededling: J:C. Albero), bijna allemaal volwassen vogels. Zou daar de oorzaak liggen?

Het dagritme

Het blijft fascinerend om al die gieren in de lucht te zien rondcirkelen Soms zijn de groepen groot en soms klein. In de ochtend vertrekken ze, vliegen over de velden en bergen op zoek naar kadavers en ze komen tegen de avond weer terug. Tenminste, dat is het beeld dat we hebben. Met de toenmalige Vogelwerkgroep in Huesca hebben we in 1986 vier hele dagen van donker tot donker op Safari gepost en alle in- en uitvliegende gieren geteld om te kijken hoe dit nu feitelijk in zijn werk gaat. Hier volgt een samenvatting van de opvallende resultaten.

Het aantal vogels dat in de ochtend aanwezig is, was niet altijd gelijk aan het aantal dat in de avond terugkwam. Soms lag dit veel lager en soms veel hoger. Ongetwijfeld komt dit omdat de Vale Gieren niet altijd op hun eigen kolonie slapen maar rechtmatig andere slaapplekken opzoeken.

 

Tabel 2 - Aantal Vale Gieren dat in de ochtend en in de avond aanwezig was op de grote kolonie van Riglos.

Datum                                               Ochtend                               Aavond

23-03-1986                                           150                                    151

01-05-1986                                           140                                     93

31-05-1986                                           145                                    136

06-07-1986                                           101                                    194

 

Twee dagen vertrokken de eerste Vale Gieren direct na het ochtendgloren. Dat waren dagen met harde wind en ze gebruikten de tegen de rotswanden opgestuwde luchtstromingen om omhoog te komen. De andere twee dagen wachtten bijna alle vogels tot er termiek onstond, om zo in stijgende lucht en zonder energieverlies hoog in de lucht te kunnen komen. Rond 12.00 uur was het aantal altijd op zijn minimum en twee à drie uur voor zonsondergang zaten alle vogels weer op de rotsen.

De meeste vale gieren vertrokken in de ochtend maar gedurende de gehele dag waren er individuen die de kolonie verlieten. Sommigen kwamen na half uur al weer terug. Deze vogels zijn niet altijd echt het veld in gegaan om voedsel te zoeken. In de ochtend zagen   we regelmatig vale gieren op enkele kilometers van de kolonie op een ruïne zitten. Terugkerende vale gieren werden regelmatig verspreid over de dag gezien, er was niet een duidelijke piek in de middag of avond.

Aan de hand van de gegevens konden we uitrekenen hoe lang de ´gemiddelde´ vale gier buiten de kolonie was geweest. Dit kan door de mediane vertrekkende vale gier te vergelijken met de mediane terugkomende, tenminste als het aantal vogels in de ochtend en in de avond ongeveer gelijk is. Zo zien we dat op 23 maart 1986 de gemiddelde Vale Gier vijf uur en één minuut buiten de kolonie was en op 31 maart 1986 vier uur en zevenentwintig minuten. Dit is dus de tijd dat ze vliegend boven het land op zoek kunnen zijn naar kadavers. Volgens Glutz von Blotzheim et al. (1971) vliegt een Vale Gier 64 km/h en dat zou deze twee dagen betekenen dat er een gemiddeld vliegbereik was van 320 en 290 km. Individuen die lang wegblijven kunnen veel verder komen en zelfs een korte trip van bijvoorbeeld een uur kan als verkenningstocht de moeite waard zijn. Opvallend is ook dat sommige vogels die vroeg in de ochtend of laat in de midddag vertrekken hele korte trips kunnen maken.

Hoe veel voedselvluchten maakt een Vale Gier nu per dag? Volgens Cramp & Simmons (1980) is dat er één. Als we het aantal uitvliegende Vale Gieren (251) van 23 maart 1986 delen door het aantal aanwezige gieren (150) komen we op 1,7 vluchtten per individu en voor 31 mei 1986 komen we op een gemiddelde van 1,8 vluchten per Vale Gier per dag. Veel Vale Gieren komen dus terug in de kolonie om later op de dag nogmaals te vertrekken.

 

Kees Woutersen, C/Ingeniero Montaner 4-1-C, 22004 Huesca, Spanje, e-mail: info@aragonnatuur.com

LITERATUUR:

Arroyo, B., E. Ferreiro & V. Garza (1990): II Censo nacional del buitre leonado ( Gyps fulvus ). Icona, Madrid.

Blanco, G, F. Martínez & J.M. Traverso (1997): Pair bond and age distribution of breeding Griffon Vultures Gyps fulvus in relation to reproductive status and geographic area in Spain. Ibis 139: 180- 183.

Cramp, S. & K.E.L. Simmons (1980): The Birds of the Western palearctic, vol. 2. Oxford.

Del Moral, J.C. & R. Marti (eds.) (2001): El buitre leonado en la Península Ibérica. Mon. Nº 7,   SEO/BirdLife, Madrid.

Glutz von Blotzheim, U. N. et al. (1970): Handbuch der Vögel Mitteleuropas. Band 4, Frankfurt.

p

Knobbelmeerkoet terug in Spanje

 

Gepubliceerd in Het Vogeljaar 2005

Door: Kees Woutersen

Knobbelmeerkoet, Zuid-Spanje (© Kees Woutersen).

Tot enkele jaren terug was het in een periode van ruim twintig jaar nog geen enkele vogelaar gelukt de Knobbelmeerkoet Fulica cristata , één van de zeldzaamste broedvogels van Spanje, te zien. Jarenlang had iedere fijnproever die naar Doñana en Zuid-Spanje afreisde, deze soort hoog op zijn wensenlijstje staan, maar voor zover mij bekend boekte niemand destijds succes. In 2003 was de situatie echter radicaal veranderd en was de Knobbelmeerkoet namelijk weer helemaal terug in Spanje. Sinds 2001 werd de Knobbelmeerkoet al gezien bij bijna alle natuurreizen die door Natura Aragon (tegenwoordig Aragon Natuurreizen) naar Zuid-Spanje werden georganiseerd. De beste plek om deze soort te vinden is Laguna de Medina (bij Jerez de la Frontera). In september 2001 zagen vogelaars die met ons op excursie waren, daar op verscheidene dagen maximaal zeven adulte exemplaren met halfwasjongen die fanatiek gevoerd werden. In tegenstelling tot de 6.000 gewone Meerkoeten Fulica atra die midden op het meer dobberden, zaten de Knobbelmeerkoeten in en aan de rand van de rietkraag. Het was steeds wachten tot er een ‘Meerkoet' dicht bij het riet zwom en dan met de telescoop goed kijken of er knobbels op zaten. Vaak was dat zo!

 

In april 2002, september 2002 en april 2003 zagen wij op deze plek ook Knobbelmeerkoeten. In september 2003 konden wij er geen vinden, maar mogelijk lag dat aan de harde wind die toen het kijken bemoeilijkte. In en rond Doñana zagen wij in oktober 2001, april 2002 en april 2003 eveneens diverse van deze vogels. Zij werden met name aan de noordkant van het gebied en in de buurt van het bezoekerscentrum Cerrado Garrido aangetroffen. Volgens onze lokale gids ziet hij de Knobbelmeerkoet tegenwoordig dagelijks in dit deel van Doñana. Er zijn twee populaties Knobbelmeerkoeten. De eerste komt voor in het oosten en zuiden van Afrika en een veel kleinere populatie komt voor in het West-Palearctische gebied, met name in Noord-Marokko en Zuid-Spanje. Aan het begin van de twintigste eeuw verdween de Knobbelmeerkoet in hoog tempo uit de Spaanse Middellandse- Zeekust en een halve eeuw later stond hij op het punt uit te sterven (Purroy 1997). Begin jaren 1990 werd de populatie geschat op vijf à twintig paar.

 

Waar komen de door ons gespotte vogels dan ineens vandaan? Het antwoord is dat de Knobbelmeerkoet terug is mede dankzij een introductieproject van de ‘Cañada de los Pájaros'. Het gebied ligt iets ten zuiden van Sevilla. De eigenaar van het gebied vertelde dat hij eieren uit Marokko heeft gehaald en bij een kleine, in gevangenschap levende populatie heeft gezet. Vervolgens heeft hij zo'n tachtig vogels op diverse plaatsen losgelaten. Deze zijn te herkennen aan een witte halsband. Deze vogels zijn onmiddellijk aan het broeden geslagen, zodat we ons nu kunnen verheugen op een snel groeiende populatie. Let wel: de Knobbelmeerkoet kan twaalf maanden van het jaar broeden! Volgens de Spaanse SEO/BirdLife zijn er in 2001 minstens zeventig broedparen gevonden (Viada 2002). In de nieuwe broedvogelatlas van Spanje (Martí & Del Moral 2003) wordt de populatie voor het jaar 2002 op tachtig paar geschat. Hierbij gaat het om zowel wilde als uitgezette (met witte halsband) vogels. Blijkbaar zijn de belangrijkste factoren die de Knobbelmeerkoet deed uitsterven, verdwenen: jacht en biotoopvernietiging.

 

* Kees Woutersen, ARAGON Natuurreizen Spanje, C/Ingeniero Montaner 4-1-C, 22004 Huesca, Spanje, +34 974 70 11 40, e-mail: info@aragonnatuur. Internet: http://www.aragonnatuur.com .

 

LITERATUUR:

Martí, R. & J.C. del Moral (red.) (2003 ): Atlas de las Aves Reproductoras de España. Madrid.

Purroy, F.J. (1997) : Atlas de las aves de España (1975 - 1995). Lynx, Barcelona.

Viada, C. (2002) : La focha moruna. El Ecologista 33: 68 - 69.

omhoog

Belangrijke vogelgebieden (IBA´s)in Spanje

Door: Kees Woutersen

Dat Spanje een van de meest vogelrijke landen van Europa is, was al lang bekend. Dat het ook het land is met de meeste belangrijke vogelgebieden (IBA´s, Important Bird Area´s) heeft een inventarisatie eind jaren 1990 van de Spaanse BirdLife uitgewezen (Carlota Viada 1999 Areas importantes para las aves en España. SEO/BirdLife, Madrid). Het gaat om maar liefst 391 IBA´s en 32% van de oppervlakte van het land. Sinds een eerste inventarisatie in 1989 zijn er in Spanje vele nieuwe IBA´s ontdekt, vooral dankzij een toenemend aantal aktieve lokale ornithologen. Na Rusland heeft Spanje ook het grootste oppervlakte aan IBA´s van Europa en daarnaast is het belang van eilandengroepen, zoals de Canarische eilanden, met een groot aantal endemen hoog. De Canarische eilanden is ook aangewezen als een van de drie Europese gebieden met endemische soorten en is hiermee zelfs een op wereldschaal belangrijk vogelgebied.

 

Voor de bescherming van zeldzame en kwetsbare soorten zijn IBA´s belangrijk omdat ze aan objectieve internationale criteria voldoen en een speciale beschermde status kunnen krijgen. Het zijn de kwalitatief beste vogelgebieden van Europa. In Spanje worden dat ZEPA´s genoemd: Zona de Especial Protección para las Aves en de verantwoordelijken zijn de regio´s. Inmiddels is in Spanje 46% van de IBA´s geheel of gedeelteijk tot ZEPA verklaard en de oppervlakte beschermd gebied neemt nog steeds toe.

 

Verdeling per regio

Extremadura is de regio met het grootste oppervlakte aan IBA´s, bijna 75% van zijn oppervlakte is belangrijk vogelgebied, terwijl de Canarische eilanden de het grootste aantal IBA´s heeft: 65. Op een verrassende tweede plaats staat een kleine regio met 5 miljoen inwoners: Madrid. Vooral ten noorden van de stad zijn zeer belangrijke gebieden, waar 20% van de keizerarendenpopulatie broedt en soorten als monniksgier, zwarte ooievaar, grote en kleine trapen flinke aantallen te vinden zijn. Daarna komen er regio´s waarvan rond de 30% van hun gebied belangrijk zijn zoals Andalucia, Aragón en La Mancha.

 

De belangrijkste soorten

Welke soorten zijn nu het belangrijkst? Als we kijken voor welke vogels er de meeste IBA´s zijn aangewezen, dan zijn dat in de eerste plaats roofvogels. Havikarend, vale gier, steenarend, slechtvalk en aasgier worden het meest genoemd en tevens soorten als zwarte ooievaar, alpenkraai, grote en kleine trap, en kraanvogel (in de winter). Uit een vergelijking met andere Europese landen blijkt Spanje ook de meeste vogelsoorten te hebben die bescherming nodig hebben. Negen hiervan komen in Europa zelfs alleen in Spanje voor: woestijnvink, kraagtrap, Spaanse keizerarend, knobbelmeerkoet, renvogel, Dupont´s leeuwerik en de endemen van de Canarische eilanden. Indien deze soorten verloren zouden gaan, zou dat een algeheel verlies voor Europa betekenen.

 

Een samenvatting van de belangrijkste IBA´s van Spanje (habitat, ornithologisch belang en bescherming) vindt u bij de reisbeschrijvingen.

omhoog

VOGELS VAN MIDDEN-SPANJE:

EXTREMADURA, LA MANCHA & GREDOS

Gepubliceerd in NATURA 2004 (6) pp. 164 – 167.

Door: Kees Woutersen

Midden-Spanje heeft een gavarieerde natuur. We vinden er zoet- en zoutwatermeertjes, unieke dehesas, oneindige steppen en hoge bergketens. In La Mancha liggen 150 natuurlijke, vogelrijke plassen die door grondwater gevoed worden. Hier ligt ook het Nationale Park Cabañeros, dat niet vrij toegankelijk is, begroeid met Mediterrane vegetatie en dehesas. Meer dan de helft van de autonome regio Extremadura bestaat uit ‘dehesas': bossen van kurk- en steeneiken waartussen ‘weiden' met een diverse kruidenvegetatie te vinden zijn. Hier worden schapen, varkens en koeien (+ vechtstieren) gehouden. Steppen zijn gebieden met weinig regenval en een lage kruidenvegetatie. Het berggebied Gredos heeft kale rotsen, alpenweiden en toppen tot 2.500. In het voorjaar, april en mei is het land nog niet opgedroogd, de temperatuur is aangenaam en er is bloemenpracht alom.

 

In Midden-Spanje komen vogelsoorten voor die elders in Europa moeilijk te vinden zijn: grijze wouw, monniksgier, Spaanse keizerarend, havikarend, roodstuitzwaluw en blauwe ekster. Ooievaar en kleine torenvalk zijn verbazingwekkend algemeen. De aantallen roofvogels en zangvogels zijn groot, rode – en zwarte wouw, slangen- en dwerarend, hop en bijeneter zijn algemeen. Op de plasjes van La Mancha vinden we veel eenden, steltlopers op doortrek, reigerkolonies, witkopeend, lachstern en witwangstern. Onder de besneeuwde toppen van Gredos zijn weer andere vogels te vinden zoals waterpieper, alpenheggemus, waterspreeuw en rode rotslijster.

La Mancha

Rond het dorp Pedro Muñoz liggen grote en kleine zoet-- en brakwatermeren, waarvan er een aantal beschermd zijn. In de loop van het voorjaar drogen ze bijna allemaal op. In de grootste meren, gelegen in het hart van La Mancha, broeden 150 paar lachsterns, purperreigers, kleine zilverreigers, dwergsterns, witwangsterns, vorkstaartplevieren en steltkluten terwijl er ook flamingo's en krooneenden zitten. De witkopeend was bijna uitgestorven, maar dankzij een beschermingsprogramma broeden er nu ruim 2.000 paar in Midden- en Zuid-Spanje. Tijdens de voorjaarstrek verblijven er soms duizenden steltlopers bij deze plasjes.

 

Cabañeros is een van de simbolen van de Spaanse natuurbescherming. Eens bestemd als schietbaan voor straaljagers van de luchtmacht, werd dit gebied na lang actievoeren door natuurbeschermingsorganisaties een bekend Nationaal Park. Er zijn grote, moderne bezoekerscentra en vriendelijke parkwachters begeleiden dagelijks excursies door het park. Kurkeiken, steeneiken en gras- en graanvelden domineren Cabañeros en dankzij de verspreid staande bomen doet dit gebied aan de Afrikaanse savanne denken. Kleine trappen, kalanderleeuweriken, kortteenleeuweriken en grielen zijn steppevogels die hier broeden. In de heuvels vinden we niet alleen veel Zuid-Europese zangvogels en blauwe eksters maar ook 160 paar monniksgieren, Spaanse keizerarend en andere roofvogels. Er zijn tevens veel edelherten, wilde zwijnen en Iberische hazen.

Extremadura

Extremadura is uniek want volgens de Spaanse SEO/BirdLife is   maar liefst 74% van de oppervlakte een IBA (Important Bird Area). Nergens staan zoveel dehesas als hier en bijna alles is afgesloten met hekken en dus niet toegankelijk. Vogels kijken gebeurt vooral vanaf kleine wegen en paden, die vaak perfect geasfalteerd zijn maar waar bijna geen verkeer komt. Het roofvogelrijke natuurpark Monfragüe is het indrukwekkendst. Dehesas tot de horizon, prachtige rivieren, kale rotsen en overal roofvogels in de lucht. Heel apart zijn de nesten van Spaanse keizerarend, aasgier, vale – en monniksgier, zwarte ooievaar en raaf waarop broedende vogels met een telescoop goed te spotten zijn. De steppen zijn uitgestrekt en verlaten. De kleine trap zit op veel plaatsen maar de goede plekken varieren van jaar tot jaar. Grote trappen zitten in groepjes en wandelen langzaam het veld in als er een auto met vogelaars stopt om ze te bekijken. Met ruim 22.000 individuen heeft Spanje ruim de helft van de wereldpopulatie grote trappen. Overal zitten kalanderleeuwerikken, zuidelijke klapeksters, grauwe kiekendieven en nog veel meer steppenvogels. Middeleeuwse stadjes als Trujillo hebben een aparte sfeer. Op de eeuwenoude gebouwen broeden grote aantallen ooievaars en kleine tornvalken.

Gredos

De sierra de Gredos is een 115 km. lange bergketen direct ten noorden van Extremadura. Op de zuidhelling staan nog dehesas maar vanaf 1.500 meter hoogte vinden we veel kale rotsen en alpenweiden. De waterspreeuw broedt in de rivieren, de rode rotslijster is op sommige plekken erg algemeen en de grijze gors is opvallend totaal niet schuw. De steenbok was door overbejaging bijna uitgestorven. Vanuit enkele tientallen individuen heeft men een populatie van ruim 4.000 dieren op weten te bouwen. Genetisch zijn ze erg verarmd en regelmatig worden er vele honderden dieren door ziektes geveld maar er zijn nu ruim voldoende steenbokken om dit soort tegenslagen op te vangen.

Natuurbescherming

Monfragüe (155.000 ha.) staat dankzij de nieuwe Spaanse regering op de nominatie om in het najaar van 2004 Nationaal Park te worden. Hiermee verkrijgt het niet alleen de hoogste beschermde status, er zullen ook meer fondsen beschikbaar komen om projecten uit te voeren. In het jaar 2000 zijn (met Europees geld) grote oppervlaktes van de exotische eucaliptusboom ´met wortel en tak´ uit Monfragüe verwijderd. De natuurlijke vegetatie komt nu weer terug maar het zal nog ruim 50 jaar duren voor de oude   situatie weer is bereikt.

 

Niet alleen de inwoners van Extremadura maar de hele   Spaanse bevolking wordt steeds meer bewust van het belang van de natuur. De natuur verschijnt regelmatig in de lokale en nationale media en het aantal grote beschermde natuurgebieden in Spanje is de afgelopen 15 jaar enorm toegenomen. Vooral het aantal beschermde IBA´s (Important Bird Areas) zijn dankzij SEO/BirdLife (zie: www.seo.org ) en Europese wetgeving de laatste jaren als paddestoelen uit de grond geschoten. De komst van buitenlandse vogelaars en andere natuurminnaars helpt mee omdat de lokale bevolking daardoor het idee krijgt dat hun land werkelijk iets te betekenen heeft. Het   landschap dat ze hun hele leven hebben gezien en waar ze niets speciaals aan aan kunnen ontdekken moet wel   bijzonder zijn als er mensen van zo ver komen om vogels te kijken.

Spaanse keizerarend

De witte kop en de grote witte schoudervlekken zijn karakteristiek voor deze arend die een spanweidte van twee meter heeft. Het broedgebied van de Spaanse keizerarend is beperkt tot de zuidwesthoek van het Iberisch schiereiland en de wereldpopulatie is ongeveer 170 paar. Alle nesten worden beschermd maar het uitleggen van gif, habitatvernietiging, het aanleggen van wegen en woonwijken en grootschalig toerisme blijven een serieuze bedreiging. Recentelijk is het uitleggen van gif door jagers een probleem geworden. De jagers denken hiermee concurrenten zoals vossen en verwilderde honden te elimineren, maar ook aasetende roofvogels zoals de Spaanse keizerarend zijn hier het slachtoffer van. Door het instorten van de konijnenpopulatie tien jaar geleden is het belangrijkste prooidier van de Spaanse keizerarend op sommige plaatsen echt zeldzaam geworden. Het broedsucces is erg wisselend, soms worden er veel en soms heel weinig jongen grootgebracht. De laatste jaren is er gelukkig een stijgende lijn te zien in de populatie van de Spaanse keizerarend.

 

Blauwe ekster

Ook de blauwe ekster heeft een verspreidingsgebied dat beperkt is tot de zuidwesthoek van het Iberisch Schiereiland. DNA onderzoek heeft recentelijk uitgewezen dat de blauwe ekster van China toch echt een andere soort is. In de dehesas van Extremadura is hij algemeen en makkelijk te zien. De blauwe ekster is schuw en komt niet graag dichtbij de mens maar als er voedsel of in de zomer water wordt aangeboden komt hij plotsling even erg dichtbij. Het is een standvogel die nooit het leefgebied verlaat waarin hij geboren is. Blauwe eksters leven in hechte familiegroepen, waarbij ´tantes´ helpen bij het grootbrengen van jongen van andere individuen. Hierdoor wordt het broedsucces van de familiegroep hoger, maar het is nog onduidelijk wat het voordeel is voor het familielid dat een ander individu helpt. In de winter groepeert de blauwe ekster zich in groepen van vele tientallen vogels die zich gezamenlijk door de steen- en kurkeikenbossen verplaatsen.

omhoog

Vogels kijken in Spanje

 

Gepubliceerd in Het Vogeljaar 2002 nr. 50 (6), pp. 254 - 265.

Door: Kees Woutersen

Audouins meeuw bij Tarifa (© Kees Woutersen).

 

Ontoegankelijke berggebieden, enorme droge steppen, rivierdelta´s vol water, grote oppervlaktes land zonder mensen, unieke ongerepte landschappen en een apart klimaat zijn de belangrijte factoren die Spanje zo´n goed vogelland maken. Daar komt bij dat er een uitstekende infrastructuur is en een goede en betaalbare horeca, heel belangijk voor de reiziger. Spanje is het Europese land met de meeste IBA´s (Important Bird Area´s) en er leven veel vogelsoorten die (bijna) nergens anders te zien zijn. Spanje is een mooi en prettig land, voor ondergetekende is het een privilege om er te kunnen wonen en zo veel de natuur in te kunnen trekken.

 

In dit artikel passeren de voor Nederlanders meest gewilde vogelsoorten (38) van het vasteland van Spanje de revu. Per soort beschrijf ik de verspreiding en waar ze, naar mijn persoonlijke ervaring, het makkelijkst gezien kunnen worden.

 

 

De interessantste vogels van Spanje

 

Marmereend

Het voorkomen van de marmereend in Spanje, de laatste broedplaats in Europa, kent hoogte- en dieptepunten. In 1994 werd een minimum van 35 paar vastgesteld, enkele jaren geleden werden nog een 70tal exemplaren vergiftigd gevonden maar hij lijkt er steeds weer bovenop te komen. Toch zijn er nooit meer dan 250 paar geteld, de meesten broeden in het wetland El Hondo, achter Alicante (Valencië). Doñana is voor vogelaars de bekendste plek, waar ik in april 2002 13 vogels bij elkaar heb gezien.

 

Witkopeend

De witkopeend is eigenlijk een Aziatische vogelsoort met een kleine populatie in het uiterste zuiden van Spanje en Noordwest Afrika. Hij broedt in meertjes met een redelijk zoutgehalte, liefst niet dieper dan 2 meter, met veel onderwaterplanten en riet maar ook met open water. Meestal drogen dit soort plassen op in het voorjaar zodat deze specialist dus eigenlijk weinig mogelijkheden heeft om jongen groot te brengen. De witkopeend was 25 jaar geleden bijna uit Spanje verdwenen: de midwintertelling van 1977 leverde nog maar 22 individuen op. Bescherming tegen jacht en het inrichten van reservaatjes, plasjes die niet uitdrogen met gevarieerde onderwatervegetatie hebben de witkopeend gered. Nu zijn er enkele duizenden vogels, hoewel de populatie van jaar tot jaar sterk varieert, verspreid over de zuidelijke helft van Spanje in allerlei plasjes. De bekendste plek voor witkopeenden is Doñana, waar hij verspreid in kleine aantallen gezien kan worden. het bezoeken van kleine meertjes in het binnenland van Andalusië, bijvoorbeeld bij Córdoba en Málaga, kan ook heel interessant zijn. Het ongelofelijke aantal van 750 witkopeenden zag ik in september 2001 in de laguna de Medina, bij Jerez de la Frontera (Andalusië).

 

Grijze wouw

Deze vogel lijkt helemaal niet op de rode of zwarte wouw en dat komt omdat hij van een geheel andere familie is. In 1973 werd de eerste broedende grijze wouw in Europa gevonden en daarmee was zijn oversteek vanuit Afrika definitief. Vervolgens is het aantal broedpaar in Spanje langzaam maar gestaag toegenomen tot meer dan 1.000 paar. Het broedgebied is uitgebreid van het zuiden tot boven Madrid. Deze muizeneter heeft nu al twee jaar vlakbij Huesca in een steeneikenbos gebroed. De grootste dichtheden van de grijze wouw zijn te vinden in de dehesa´s in Extremadura, waar je hem als vogelaar zo nu en dan tegenkomt, biddend boven de velden of zittend in de top van een boom.

 

Rüpells gier

Sinds enkele jaren worden er regelmatig Rüpells gieren bij Tarifa gezien. In het voorjaar van 2000 is aan de Taag, in Extremadura op de grens van Spanje en Portugal, een Rüpells gier gevonden die een ei bebroedde. In de omgeving waren nog minstens drie andere, onvolwassen, Rüpellsgieren aanwezig maar het is nog niet duidelijk wie de partner is en óf er wel een partner is: het zou ook kunnen gaan om een verlaten nest van een vale gier. De rüpells gier (Gyps ruepellii) is nauwe familie van de vale gier (Gyps fulvus) en broedt in Afrika ten zuiden van de Sahara.

 

Lammergier

De zeldzaamste van de Europese gieren, de lammergier, broedt van hoog tot laag in de Pyreneeën. De toenemende populatie (incl. Frankrijk) is ruim 400 vogels en hij is veel makkelijker te zien dan 20 jaar geleden. In de centrale Pyreneeën, en dan in de natuurparken van Ordesa en Guara is de kans het grootste om de lammergier tegen te komen maar feitelijk kun je hem overal zien. In de zomer is het hooggebergte de beste zone. Wat is er mooier dan een lammergier langs een bergkam te zien scheren?

 

Monniksgier

De monniksgier is de grootste Europese roofvogel. De populatie in midden Spanje groeit langzaam (ruim 1.200 paar) terwijl er op Mallorca een neergaande trend is. Ze bouwen het nest in de top van grote bomen, met name steen- en kurkeiken, en zitten vaak in grote groepen bij elkaar. De belangrijkste concentraties zijn te vinden in Monfragüe (Extremadura) en Cabañeros (La Mancha). Hier kun je ze ook op het nest zieen zitten. De spannendste waarnemingen van monniskgieren heb ik gedaan op de steppen, waar ze in kleine groepjes aan kadavers zaten te eten. Al vogelend kom je deze ´slagschepen´ iedere dag tegen in de belangrijkste gebieden: Extremadura, La Mancha en de sierras   ten noorden van Madrid.

 

Aasgier

De aasgier is een grote roofvogel, maar een kleine gier. Hij eet ook kleiner aas zoals kippen en slachtafval, konijnen, hazen enz. Dat is de reden dat juist de aasgier zo gevoelig is voor uitgelegd gif en de laatste jaren gaat de populatie in Spanje hard achteruit. Alleen in berggebieden zoals de Pyreneeën is de populatie stabiel. De hoogste dichtheden zijn te vinden in de westelijke helft van de Pyreneeën en in het vlakke land eronder, de Ebro vallei. Ook in Extremadura en bepaalde delen van Castilië en Andalusië (Cádiz) zijn veel aasgieren. In de hier genoemde gebieden kom je hem regelmatig tegen, daarbuiten is het heel moeilijk een aasgier te zien.

De beste plek om aasgieren te zien is ongetwijfeld Tarifa, waar tussen half augustus en half oktober de gehele Spaanse populatie langstrekt. Vele tientallen vogels per dag kunnen vlak langs de waarnemer vliegen en dit is het moment om onvolwassen vogels te zien. Die zijn geheel bruin, maar goed te herkennen aan het silhouet en vaak in gezelschap van oude vogels. Tussen half februari en begin april komen alle oude vogels via dezelfde route terug. De onvolwassen vogels blijven dan nog een geheel jaar in Afrika.

 

Spaanse keizerarend

Het is niet omdat de Spaanse keizerarend zo zeldzaam is, hij ziet er gewoon majesteitelijk uit: een echt grote arend met wit op de kop en schouders. Het broedgebied blijft beperkt tot de zuidwest hoek van het Iberisch schiereiland en de totale populatie schommelt, maar komt niet boven de 150 paar. Er worden enorme inspanningen gedaan om de populatie op te krikken maar het uitleggen van gif, het aanleggen van wegen en spoorlijnen, het toerisme en nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen heffen ieder jaar hun tol. Daarnaast was het instorten van de konijnenpopulatie begin jaren 1990, zijn belangrijkste prooi, een ramp.

De grootste dichtheid Spaanse keizerarenden is te vinden in El Pardo (het koninklijke jachtgebied) bij Madrid. Hier zijn ook veel onvolwassen vogels aanwezig en mijn ervaring is dat hij hier veel makkelijker te zien is dan in Extremadura of La Mancha, waar de meeste paren zitten. Doñana in Andalusië en Monfragüe in Extremadura blijven voor de vogelaars de bekendste gebieden voor de Spaanse keizerarend, maar vergeet niet dat in het voorjaar er altijd een van de vogels op het nest zit. Het voorjaar is daarom de slechtste tijd van het jaar om naar deze soort op zoek te gaan. In de winter is de trefkans veel groter en in maart heb ik ze ook heel actief bezig gezien met het aandragen van takken bij het bekende nest bij ´La Bascula´ in Monfragüe.

 

Havikarend

De havikarend is voor de meeste vogelaars een probleemsoort. Dat komt vooral omdat het geen zeiler is zoals de meeste grote roofvogels maar een vlieger en daarom maar weinig tijd in de lucht doorbrengt. De kans om hem daadwerkelijk in beeld te krijgen is ook in de gebieden waar veel havikarenden leven klein. Zelf heb ik maar een paar keer een havikarend rustig kunnen bekijken, omdat ze eigenlijk altijd langsvliegen en dan weer snel verdwijnen. In Spanje zijn de dichtheden nog groot in Extremadura (ruim 100 paar) en in de berggebieden van het zuiden. Dit zijn de beste plekken om de havikarend te zoeken. Uit de Pyreneeën is hij vrijwel verdwenen, evenals uit de sierras direct achter de kust van de Middellandse Zee van Catelonië en Valencië. Een laag broedsucces en een grote sterfte onder onvolwassen vogels (hoogspanningslijnen) schijnen de belangrijkste oorzaken te zijn. De totale Spaanse populatie zal nu onder de 600 paar liggen.

 

Kleine torenvalk

Het is een fonomenaal gezicht kleine torenvalken te zien vliegen en baltsen boven middeleeuwse stadjes als Cáceres en Trujillo (Extremadura). Regelmatig verdwijnen ze dan onder dakpannen of in gaten in de oude muren en soms blijven ze een tijdje op het dak zitten. Herkenning is op zo´n moment geen enkel probleem. Dat is wel even anders als je een dag later wat ´torenvalken´ biddend en jagend op de steppen tegenkomt. Dan zitten ze meestal niet zo dichtbij en moet je heel goed kijken of je de kenmerken kunt zien.

Van de 100.000 paar kleine torenvalken die een halve eeuw geleden in Spanje broedde is geen 10% over, maar de populatie is nu al vele jaren stabiel. De helft broedt in Andalusië (vooral de provincies Huelva en Cádiz), 30% in Extremadura en rest zit verdeeld over Castilië, La Mancha en Madrid. Hier is de kleine torenvalk niet moeilijk te zien (het is een zomervogel) en zijn ze vooral te vinden in de oude stadjes, gebruik makend van holen in oude muren. Overdag gaan ze vlaktes op om insecten te jagen.

 

Barbarijse patrijs

Er zit een kleine populatie barbarijse parijzen op Gibrltar, de enige op het vasteland van Europa. Het gaat om een kleine honderd vogels die broeden tussen de Mediterrane struiken en steeneiken in het Nature Reserve. Na enig zoeken zijn ze wel te vinden, ze fourageren regelmatig op het militaire terrein in het zuiden.

 

Gestreepte vechtkwartel

Wat spreekt er meer tot de verbeelding dan een vogel die niemand kan vinden? Ook volgens de allernieuwste vogelgids zit hij gewoon verborgen in de graanvelden van Zuid Spanje, maar betrouwbare waarnemingen zijn niet te vinden. Een vogelaar uit Cádiz heeft zich in de soort gespecialiseerd en alle 23 waarnemingen (van vooral roepende vogels) bestudeerd. Helaas hebben sistematische zoektochten de de laatste 6 jaar in het geheel niets opgeleverd en de soort wordt daarom voor Spanje als uitgetorven beschouwd.

 

Purperkoet

De purperkoet is dé successtory van de Spaanse natuurbescherming. In de jaren 1950 was het broedareaal van de purperkoet in Spanje gereduceerd tot wetlands in Andalusië en iedere vogel deed moeite om hem in Doñana in beeld te krijgen. Ik weet nog goed dat ik in 1979 na enkele dagen zoeken een gat in de lucht sprong bij mijn   eerste purperkoet. Nadat vanaf 1976 er beschermingsmaatregelen genomen zijn gaat hij weer vooruit. Niet   alleen is hij weer te vinden op traditionele plekken zoals in Aguamolls aan de Costa Blanca (Catelonië) maar hij broedt nu ook op vele plaatsen in het binnenland, tot in La Mancha en Extremadura aan toe. Op plaatsen als de Ebro Delta en in vele plasjes in Andalusië zitten vele paren. In Doñana is hij nu uitzonderlijk talrijk, vooral rond het dorp El Rocio. In het najaar concentreren zich enkele duizenden vogels aan de oostrand van Doñana (Brazo del Este), vlak onder Sevilla omdat daar altijd water is.

 

Knobbelmeerkoet

De knobbelmeerkoet vinden we in Europa uitsluitend in de zuidpunt van Spanje. De laatste schattingen   kwamen uit op minder dan 20 paar (1997) en vogelaars in Doñana konden hem slechts zeer zelden vinden. Tot mijn verbazing kwam ik in september 2001 enkele paren tegen rond Doñana, op het nest en met halfwas jongen. In april 2002 zag ik diverse vogels in dit Nationale PArk. Waar komen ze vandaan?

De knobbelmeerkoet is terug mede dankzij een introductie-project. Er zijn eieren uit Marokka gehaald en bij een kleine, in gevangenschap levende populatie gezet. Hier zijn ruim 200 jongen grootgebracht. Let wel: de knobbelmeerkoet kan 12 de maanden van het jaar broeden! Inmiddels zijn er zo´n 80 vogels op diverse plaatsen losgelaten, te herkennen aan een witte halsband, die onmiddelijk aan het broeden zijn geslagen zodat we ons kunnen verheugen op een groeiende populatie. In 2001 zijn minstens 54 broedparen gevonden. Blijkbaar zijn de belangrijkste factoren die hem deed uitsterven verdwenen: jacht en biotoopvernietiging. De Spaanse SEO/BirdLife heeft de knobbelmeerkoet uitgeroepen tot ´Vogel van het jaar 2002´.

 

Kleine trap

De kleine trap is een steppevogel die in grote delen van Spanje voorkomt. Verreweg de meeste vogels zitten in Extremadura, La Mancha en in delen van Andalusië en Castilië. Denk niet dat hij zeldzaam is, de schattingen lopen zeer uiteen maar het gaat zeker om enkele honderddduizenden mannetjes. Die mannetjes baltsen zo mooi en maken een droog, ver hoorbaar ´krrrrr´ geluid als ze hun kop in de nek gooien. De kleine trap vliegt met een snelle vleugeslag die aan een eend doet denken. Toch is de kleine trap vaak niet makkelijk te vinden. Hij bevindt zich in droge terreinen, steppeachtig, in graanvelden en vooral in velden die enkele jaren niet bebouwd zijn. Hierbij zitten ze niet ieder jaar in dezelfde percelen.

In de winter concentreren de kleine trappen zich in groepen en de meeste vogels zitten dan in Extremadura. Ook dan zijn ze niet direct te vinden, maar dan heb je soms ook indrukwekkende groepen van tientallen, honderden of zelfs enkele duizenden vogels.

 

Grote trap

De grote trap is misschien wel de indrukwekkendste vogel van Spanje, het is de zwaarste Europese vogel die in staat is het luchtruim te kiezen. Spanje heeft zo´n 14.000 grote trappen (de helft van de wereldpopulatie) waarvan de zo´n 50% in Castilië leeft. De grootste dichtheid vinden we rond het dorp Villafáfila en hier zijn ze helemaal niet schuw. Hier heb ik de grote trappen dan ook het mooist en langst kunnen bekijken. De meeste vogelaars gaan naar Extremadura om grote trappen te zoeken en na enig zoekwerk rond de stadjes Trujillo en Cáceres lukt dat meestal ook wel maar hier zijn ze schuwer dan bij Villafáfila. De populatie bij Madrid gaat achteruit, die van de Monegros (Aragón) is gereduceerd tot zo´n 40 vogels en in Andaluisië zijn verschillende populaties kleinere. De grote trap bewoont uitgestrekte graanvelden en droge steppegebieden en de beste taktiek om ze te vinden is met kijkers en telescopen de velden af te zoeken. Ga niet, zoals ondergetekende eens deed, om 12 uur ´s middags lopend en zonder water de velden in..... .

 

Dunbekmeeuw

Als je de zachtroze onderkant van de volwassen dunbekmeeuw in broedkleed ziet, denk je dat zo´n kleur bij vogels niet kan. Bija alle 500 paar broeden in de Ebro Delta, op de zuidpunt die niet toegankelijk is. Gelukkig bezoeken ze regelmatig de kust van de Delta en sommige jaren is er een kleine kolonie in de duinen. Dan is ook de balts te zien. Ze fourageren op zee, zijn nooit meer dan enkele honderden meters van de kust verwijderd en vliegen heen en weer   over het strand.

 

Audouinsmeeuw

Deze prachtige meeuw van het Middellandse zeegebied was bijna uitgestorven maar heeft de afgelopen 20 jaar een onwaarschijnlijke opmars gemaakt. De grootste kolonie is nu gevestigd in de Ebro Delta en deze nam toe van 36 paar in 1981 tot rond de 15.000 paar nu! Van hieruit worden andere plekken aan de westelijke Middellandse zeekust gekoloniseerd. De Audouins meeuw fourageert vooral op zee maar de laatste jaren zijn verspreid door de hele Ebro Delta individuen te zien. De kust van de Ebro Delta blijft natuurlijk dé plek om deze meeuw te zien. Daarnaast is hij vooral tijdens de trek (augustus, september en maart, april) regelmatig te zien op de stranden van zuid Spanje, bijvoorbeeld bij Tarifa en bij Doñana.

 

Bengaalse stern

De enige plaats in Europa waar de Bengaalse stern met redelijke zekerheid te vinden is, is op het strand Los Lances bij Tarifa. Het gaat om vogels op trek, vooral in de maanden september en maart/begin april. Ze zijn op weg van de broedgebieden aan de Libische kust en het overwinteringsgebied aan de kust van west Afrika of omgekeerd. De Bengaalse sterns komen in de middag het strand op om te rusten en te slapen en zijn dan te vinden tussen de grote sterns en Audouins meeuwen. Alleen bij harde wind, als het strand onder water staat, laten ze het afweten maar als je een of twee dagen later terugkomt is de kans weer levensgroot ze aan te treffen. Mijn maximum is drie vogels tegelijk.

<